SPEET
„Speet: een naam die naar een spies of spit verwijst”
Mijn achternaam Speet verwijst mogelijk naar een spies of spit - wie had dat gedacht!
De betekenis van de achternaam SPEET
Speet is waarschijnlijk afgeleid van het Middelnederlandse woord 'spit' of 'speet', dat spies of braadspit betekende. De naam kan zijn ontstaan als bijnaam voor iemand die met een spies werkte, zoals een soldaat of jager, of voor een maker/gebruiker van spitten in de keuken.
Het familiewapen van SPEET
„Scherp en standvastig”
Doorsneden van keel en zilver, waarover heen schuingeplaatst een spit van zilver met de punt naar de linkerbovenhoek, vergezeld in de voet van twee vlammen van goud.
De achternaam Speet is een oorspronkelijk Nederlandse naam, waarvan de wortels teruggaan tot het Middelnederlandse woord "spit" of "speet": een puntig voorwerp, zoals een braadspit of een scherpe staak. Vermoedelijk ontstond de naam in de late middeleeuwen in de kuststreken van Zuid-Holland en Zeeland, waar de vroegste vermeldingen in de kerkregisters van de zestiende en zeventiende eeuw zijn teruggevonden. De naam kan zijn gegeven aan een kok of vleesbereider die met het spit werkte, maar even goed aan iemand die woonde op of bezat een smal, puntig stuk land — een "speet" in het landschap, zoals die in de vlakke, door water doorsneden delen van het westen van Nederland veelvuldig voorkwamen. Beide verklaringen, de ambachtelijke en de landschappelijke, weerspiegelen een naam die is voortgekomen uit het dagelijkse, tastbare leven van gewone mensen: werk, land en vuur.
Het schild is doorsneden van keel (rood) en zilver, de twee klassieke kleuren die hier gevoelsmatig vuur en licht tegenover elkaar plaatsen. Hierover ligt schuin het zilveren spit, de centrale drager van de naam: het beeldt zowel het braadspit van de ambachtsman als de puntige landtong van de landeigenaar uit, en de schuine, opwaartse richting ervan spreekt van scherpte, doelgerichtheid en het naar voren wijzen. Aan de voet van het schild rijzen twee gouden vlammen op, verwijzend naar het vuur van de haard en het roosterwerk waarmee de naam ooit werd verdiend — goud staat hier voor de warmte en de waarde van eerlijk werk. Op de helm, gedekt met een wrong in keel en zilver, keert de punt van het spit terug tussen twee kleinere vlammen: een teken dat wat de familie ooit scherp en vurig heeft opgebouwd, generaties later nog altijd overeind staat. De wapenspreuk "Scherp en standvastig" vat dit samen: de scherpte van het spit en het karakter van wie het droeg, gecombineerd met de standvastigheid van een naam die eeuwenlang, van vader op zoon, is doorgegeven. Dit wapen is een eigentijds ontwerp, gegrond in heraldische traditie, geen historisch overgeleverd familiewapen.
De geschiedenis van de naam SPEET
De achternaam "Speet" is een van oorsprong Nederlandse familienaam waarvan de exacte etymologie niet volledig eenduidig is vastgelegd, maar meerdere aannemelijke verklaringen bestaan. Een veelgehoorde theorie koppelt de naam aan het Middelnederlandse woord "spit" of "speet", dat verwees naar een puntig voorwerp zoals een braadspit of een scherpe staak. In dat geval zou de naam oorspronkelijk zijn ontstaan als beroepsnaam of bijnaam voor iemand die met een spit werkte, bijvoorbeeld een kok of een persoon die vlees roosterde. Een andere mogelijke verklaring ligt in de topografische sfeer: "speet" of "spit" kon ook duiden op een puntig of smal stuk land, waardoor de naam wellicht ontstond als aanduiding voor iemand die woonde bij of eigenaar was van zo'n karakteristiek perceel. Dit soort naamgeving, gebaseerd op fysieke kenmerken van het landschap of persoonlijke bezigheden, was in de late middeleeuwen zeer gebruikelijk in de Lage Landen.
Geografisch wordt de naam Speet vooral geassocieerd met de westelijke provincies van Nederland, met name Zuid-Holland en Zeeland, waar de vroegste vermeldingen in doop-, trouw- en begraafregisters uit de zestiende en zeventiende eeu