STRUIJKER BOUDIER
„Een dubbele naam: 'stroper' versus 'houtvester' verenigd”
Mijn achternaam is eigenlijk een fusie van twee families – en verwijst mogelijk naar stropers én ossendrijvers!
De betekenis van de achternaam STRUIJKER BOUDIER
'Struijker Boudier' is een samengestelde Nederlandse familienaam, ontstaan uit de samenvoeging van twee oorspronkelijk zelfstandige geslachtsnamen: Struijker en Boudier. Struijker verwijst waarschijnlijk naar 'struiken' of 'stropen' (rondtrekken, jagen zonder recht), terwijl Boudier een verfranste of vernederlandste vorm is van het Franse 'bouvier' (ossendrijver, veehoeder) of samenhangt met de Germaanse voornaam Boudewijn (boud = stoutmoedig, wijn = vriend).
Wilt u zien wat er in de registers staat? Het verdiepingsdossier STRUIJKER BOUDIER bevat de akten, de tellingen en de originele registerbladen — met bij elke bewering de bron erbij. €47
Bekijk het dossier STRUIJKER BOUDIER →Twee families, één naam
Deze naam heeft meer dan één mogelijke herkomst. Hieronder staan ze allebei, met bij elke uitleg hoe zeker die is.
VastgesteldStruijker Boudier is geen enkelvoudige achternaam maar een zogeheten dubbele familienaam: de samenvoeging van twee oorspronkelijk zelfstandige geslachtsnamen, Struijker en Boudier. Dit type naam ontstond in Nederland vooral vanaf de negentiende eeuw, toen het bij sommige families gebruikelijk werd om na een huwelijk beide familienamen te blijven voeren in plaats van er één te laten vervallen. De schrijfwijze met het koppel van beide namen zonder liggend streepje, zoals hier, is typisch voor deze periode en voor de manier waarop de burgerlijke stand en latere gemeentelijke registratie dergelijke namen vastlegden. Wie deze naam draagt, draagt dus letterlijk de herinnering aan een huwelijksverbintenis tussen twee families mee.
Zeer waarschijnlijkHet eerste deel, Struijker, is vrijwel zeker een Nederlandse herkomstnaam of beroepsaanduiding die teruggaat op het woord struik, in de betekenis van laag houtgewas, kreupelhout of heideachtige begroeiing. Een struijker was iemand die woonde bij, werkte in of afkomstig was van een stuk land met dergelijke begroeiing, vergelijkbaar met namen als Van der Struik of Struiksma. Dergelijke toenamen ontstonden in de late middeleeuwen en vroegmoderne tijd, toen mensen in kleine gemeenschappen onderscheiden moesten worden aan de hand van hun woonplek, en werden later, bij het invoeren van de burgerlijke stand in 1811, vastgelegd als vaste achternaam. De naam wijst dus op een landelijke, agrarische oorsprong, mogelijk in de zandgronden van het oosten of zuiden van Nederland, waar heide en struikgewas veel voorkwamen.
Zeer waarschijnlijkHet tweede deel, Boudier, heeft een geheel andere klank en herkomst. De naam is Franstalig en gaat terug op het Oudfranse en uiteindelijk Germaanse bestanddeel bald, dat moedig of stoutmoedig betekent, mogelijk gecombineerd met een tweede naamdeel tot een oorspronkelijke voornaam of bijnaam die iets als de stoutmoedige of de dappere betekende. Namen met deze klankvorm komen veel voor in Noord-Frankrijk en Wallonië. De aanwezigheid van een dergelijke naam in Nederland wordt doorgaans verklaard uit de komst van Franstalige protestanten, vaak hugenoten, die na de herroeping van het Edict van Nantes in 1685 en in de decennia daarvoor huis en haard in Frankrijk verlieten en zich vestigden in steden als Amsterdam, Den Haag, Utrecht of Middelburg, waar zij vaak in de textielhandel, het bankwezen of ambachtelijke beroepen werkzaam waren.
HypotheseBelangrijk is dat de losse namen Struijker en Boudier elk op zichzelf niet met absolute zekerheid tot één verklaring te herleiden zijn; er is bij dit type onderzoek altijd een zekere marge, omdat schrijfwijzen door de eeuwen heen konden verschuiven en meerdere families onafhankelijk van elkaar tot eenzelfde naam konden komen. Voor Struijker is de verklaring vanuit struikgewas de meest voor de hand liggende en door taalkundigen breed gedragen mogelijkheid, maar in individuele gevallen kan een naam ook zijn ontstaan uit een minder gangbare persoonsnaam of plaatsnaam die inmiddels niet meer te achterhalen is. Voor Boudier geldt hetzelfde: naast de hugenotenroute is het denkbaar, zij het minder waarschijnlijk, dat de naam via handelscontacten of grensverkeer met de Zuidelijke Nederlanden en Wallonië op andere wijze het Nederlandse taalgebied bereikte, zonder dat daar sprake was van religieuze vervolging.
Zeer waarschijnlijkDe samenvoeging van beide namen tot Struijker Boudier duidt vrijwel zeker op een familie uit de gegoede burgerij of het patriciaat, een sociale laag waarin het combineren van geslachtsnamen na een huwelijk gangbaarder was dan onder de bredere bevolking. Vaak speelde hierbij mee dat een van beide families geen mannelijke nakomelingen meer had om de naam voort te zetten, of dat er belang was bij het zichtbaar houden van bezit, aanzien of familiebanden van beide zijden, bijvoorbeeld met het oog op erfenissen, regentenfuncties of het voortbestaan van een firma of landgoed. Dit verklaart ook waarom dubbele namen als deze relatief vaak voorkomen binnen families die in negentiende-eeuwse notariële en burgerlijke archieven als notabelen, kooplieden of bestuurders worden vermeld.
Zeer waarschijnlijkWat de spelling betreft valt op dat Struijker de oudere Nederlandse ij-schrijfwijze bewaart, die ook na de spellingshervormingen van de negentiende en twintigste eeuw in eigennamen vaak intact bleef, terwijl Boudier zijn Franse voorkomen grotendeels behield, zonder vernederlandsing tot bijvoorbeeld Boudier met een andere klemtoon of schrijfwijze. Dat beide namenhelften hun eigen karakter zo duidelijk bewaard hebben, wijst erop dat de familie bewust vasthield aan de herkenbaarheid van beide takken, in plaats van de namen te laten versmelten of te vernederlandsen, zoals bij sommige hugenotennamen elders wel gebeurde.
HypotheseAls dubbele achternaam is Struijker Boudier vandaag de dag zeer zeldzaam, wat past bij het beeld dat de naam is ontstaan uit één specifieke, traceerbare huwelijksverbintenis tussen een familie Struijker en een familie Boudier, ergens in de negentiende eeuw, in plaats van uit meerdere onafhankelijke ontstaansmomenten zoals bij veel enkelvoudige achternamen het geval is. Alle huidige dragers van deze naam stammen daarmee vermoedelijk af van dezelfde beperkte groep voorouders, of van een klein aantal takken van diezelfde oorspronkelijke verbintenis, wat de naam tot een relatief zeldzaam en herkenbaar familie-erfstuk maakt binnen het Nederlandse namenbestand.