BONTJE TJE
„Klein en warm: 'Bontje' betekent letterlijk 'pelsje'”
Mijn achternaam betekent zoiets als 'pelsje' — blijkbaar hadden mijn voorouders iets met bont of een bonte uitstraling!
De betekenis van de achternaam BONTJE TJE
Bontje is een verkleinwoord van 'bont' (pels of vel), waarschijnlijk een bijnaam voor iemand die in bont of pelzen handelde, of voor iemand met een dikke, bonte haardos of kleding. Het achtervoegsel '-je' geeft een koesterende, verkleinende klank, typisch voor Nederlandse bijnaam-achternamen.
Het familiewapen van BONTJE TJE
„Klein van naam, bont van aard”
Doorsneden: I van vair; II van keel, beladen met drie hermelijnvlekken van zilver, alles gescheiden door een fasse waarin ter hoogte van de deellijn een molentje (mullet) van zilver.
De naam Bontje is vermoedelijk ontstaan uit het woord "bont" — dat in de vroegmoderne tijd zowel sloeg op de handel in kostbare pelzen als op de betekenis "kleurrijk" of "gevlekt" — aangevuld met het achtervoegsel "-je", een verkleinvorm die in Friesland en Groningen gangbaar was bij het vormen van familienamen uit bijnamen en beroepsaanduidingen, in de periode vóór de verplichte naamgeving onder Napoleon rond 1811. Wie deze naam als eerste droeg, was hoogstwaarschijnlijk iemand die met pelswerk omging of om zijn levendige, "bonte" aard bekend stond — een kleine toevoeging aan een grote eigenschap, precisement wat het achtervoegsel "-je" uitdrukt.
Het schild is doorsneden om de twee betekenissen van "bont" naast elkaar te tonen: het bovenste veld toont vair, het klassieke bontpatroon van eekhoornvel in azuur en zilver, verwijzend naar de pelswarenhandel waaraan de naam zijn oorsprong kan danken. Het onderste veld is van keel (rood) en draagt drie hermelijnvlekken van zilver, die de tweede betekenis van "bont" verbeelden: gevlekt, kleurrijk, veelvormig. Tussen beide velden, precies op de scheidingslijn, staat een klein zilveren molentje — een bewust bescheiden charge die het verkleinwoord "-je" verbeeldt: iets kleins dat toch zichtbaar en waardevol is. Boven het schild draagt de stalen toernooihelm een torse van azuur en zilver waarop een rode eekhoorn zit met een plukje vairbont in de poten, een levendig, speels wezen dat de bontheid van de naam letterlijk vasthoudt. De wapenspreuk "Klein van naam, bont van aard" vat samen wat het wapen toont: een naam die klein en koesterend begon, maar een rijke, kleurrijke afkomst verbergt.

De geschiedenis van de naam BONTJE TJE
De achternaam Bontje is vermoedelijk afgeleid van het Nederlandse woord "bont", dat zowel kan verwijzen naar de pelswarenhandel als naar de betekenis "kleurrijk" of "gevlekt". Het achtervoegsel "-je" is een klassiek Nederlands verkleinwoord, dat vaak werd toegevoegd aan bijnamen of beroepsaanduidingen om een familienaam te vormen. Dit patroon was gebruikelijk in de Nederlandse en Friese naamgeving, vooral in de periode voordat achternamen wettelijk verplicht werden gesteld tijdens de Napoleontische tijd, rond 1811. Namen die eindigen op "-je" komen vaak voor in de noordelijke provincies van Nederland, zoals Friesland en Groningen, waar verkleinvormen een veelvoorkomend kenmerk zijn van zowel voornamen als achternamen.
Wat betreft de geografische oorspr