BOON
„Boon: van boerenerf tot naam, letterlijk 'boon'”
Mijn naam Boon komt letterlijk van de boon - boerengewas of huisnaam uit de middeleeuwen!
De betekenis van de achternaam BOON
Boon verwijst meest waarschijnlijk naar het gewas 'boon', gegeven als bijnaam aan iemand die bonen verbouwde of verhandelde, of naar iemand die klein en gedrongen was zoals een boon. In sommige gevallen kan het ook een verkorting zijn van een plaatsnaam of huisnaam met 'boon' erin.
Het familiewapen van BOON
„Klein gezaaid, sterk gegroeid”
In een golvend doorsneden schild van sinopel en goud, drie boonpeulen van goud geplaatst twee en een op het bovenste (sinopelen) veld, met een golvende dwarsbalk van zilver over de deellijn.
De naam Boon is een van die stille, aardse familienamen die niet verwijzen naar macht of aanzien, maar naar het land zelf en naar wie het bewerkte. Ontstaan in de Nederlandse en Vlaamse taalgebieden, vermoedelijk als bijnaam voor een boer die bonen verbouwde of verkocht, of als aanduiding voor iemand die klein van gestalte was — een "boontje" — droeg de naam van meet af aan een dubbele betekenis: die van de vrucht die voedt, en die van de mens die, hoe bescheiden ook, wortel schiet en standhoudt. De eerste vermeldingen duiken op in doop-, trouw- en begraafregisters van middeleeuwse en vroegmoderne dorpen in West- en Oost-Vlaanderen, Noord-Brabant en Zuid-Holland, waar de familie generatie na generatie het land bewerkte, verhandelde of ambachtelijk bewoonde. Via migratie verspreidde de naam zich door de Lage Landen en, met de kolonisten van de zeventiende en achttiende eeuw, ook naar Zuid-Afrika — en later gaf schrijver Louis Paul Boon de naam een blijvende plaats in de Vlaamse letteren.
Het schild is golvend doorsneden van sinopel (groen) en goud: het groene bovenveld verbeeldt de akker in volle groei, het gouden ondergrond de rijpe oogst die de arbeid beloont. Daarop staan drie boonpeulen van goud, twee en een geplaatst — een rechtstreekse verwijzing, "canting arms" in de zuiverste zin, naar de naam Boon zelf: de plant die de familie ooit verbouwde en die haar naam werd. De golvende dwarsbalk van zilver tussen beide velden stelt de voren van de geploegde grond voor, het geduldige, herhaalde werk waarmee elke oogst wordt voorbereid. Boven het schild draagt de gestileerde stalen helm — zoals het een burgerlijk, werkend geslacht past, zonder kroon — een groeiende boonplant met open peul op het wrong van sinopel en goud: het beeld van iets kleins dat, ondanks zijn bescheiden aard, toch opgroeit en vrucht draagt. Het devies "Klein gezaaid, sterk gegroeid" vat die kern samen: een familie die niet begon met grootse pretenties, maar met een zaadje, geduld en land — en die daaruit, generatie na generatie, gestaag is gegroeid.
De geschiedenis van de naam BOON
De achternaam Boon vindt zijn oorsprong in de Nederlandse en Vlaamse taalgebieden en behoort tot de categorie van zogenaamde bijnaamachternamen, die vaak verwezen naar een opvallende eigenschap, beroep of herkomst van de drager. Etymologisch gezien wordt de naam meestal herleid tot het Middelnederlandse woord "boon", verwijzend naar de plant of vrucht (boon, zoals de tuinboon), mogelijk gebruikt als bijnaam voor iemand die bonen verbouwde of verkocht, of als aanduiding voor iemand die klein van gestalte was, aangezien "boontje" ook een verkleinwoord kon zijn dat op een fysieke eigenschap duidde. Een andere mogelijke verklaring is dat de naam is afgeleid van een plaatsnaam of veldnaam waar bonen werden verbouwd, wat wijst op een agrarische oorsprong. De naam kan ook verwant zijn aan het woord "boom", met een mogelijke klankverschuiving, hoewel dit minder gangbaar is als verklaring.
Geografisch gezien komt de naam Boon vooral veel voor in Nederland en België, met concentraties in West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen en de Nederlandse provincies Noord-Brabant en Zuid-Holland. Historisch gezien duiken de eerste vermeldingen van de naam op in middeleeuwse en vroegmoderne archiefstukken, zoals doop-, trouw- en begraafregisters, waarin families met deze naam werden geregistreerd als boeren, handelaars of ambachtslieden. In de loop der eeuwen heeft de naam zich verspreid door migratie binnen de Lage Landen en later ook naar andere delen van de wereld, waaronder Zuid-Afrika, waar Nederlandse kolonisten in de 17e en 18e eeuw de naam meenamen. Opmerkelijke dragers van de naam Boon zijn onder meer de Nederlandse schrijver Louis Paul Boon, wiens werk een blijvende invloed heeft gehad op de Vlaamse literatuur, wat bijdraagt aan de culturele bekendheid van de naam in de Nederlandstalige wereld.