WILTMARSCHEN
„Genoemd naar wilde, drassige moerasgrond”
Mijn achternaam betekent zoiets als 'van het wilde moerasland' — lekker rauw, toch?
De betekenis van de achternaam WILTMARSCHEN
Wiltmarschen verwijst waarschijnlijk naar iemand die woonde bij of afkomstig was van een 'wilde marsch' — een ongecultiveerd, drassig weidegebied. Het is een plaatsnaam-achternaam, ontstaan om iemand te onderscheiden naar zijn woonplek in het landschap.
Het familiewapen van WILTMARSCHEN
„Ongetemd, doch vruchtbaar”
Doorsneden golvend van sinopel en zilver, in het bovenste veld een omhoogspringend everzwijn van sabel tussen ruig struikgewas, in het benedenste veld drie golvende dwarsbalken van azuur.
De naam Wiltmarschen is een zeldzame samenvoeging van twee oude landschapswoorden: "wilt", verwant aan "wild", verwijzend naar ongecultiveerde, onontgonnen grond, en "marschen", de laaggelegen, vruchtbare kleigronden langs rivier en kust die door dijken tegen het water werden beschermd. Zulke toponymische namen ontstonden in de middeleeuwen wanneer iemand werd aangeduid naar de plek waar hij woonde of land bezat — in dit geval een gebied waar ongetemde wildernis grensde aan het zorgvuldig bedwongen marsland. De naam draagt zo een dubbel verhaal in zich: dat van de ruige, vrije natuur en dat van de mens die er, met vasthoudende arbeid, vruchtbaar land uit wist te winnen.
Het schild toont deze twee werelden letterlijk naast elkaar, gescheiden door een golvende lijn die de overgang van hoog naar laag land verbeeldt. In het bovenste veld van sinopel (groen) staat een everzwijn van sabel (zwart), tussen struikgewas, als beeld van het "wilt": het onbedwongen, oorspronkelijke landschap waaruit de naam is voortgekomen. In het benedenste veld van zilver liggen drie golvende dwarsbalken van azuur (blauw): het water van de marsen, getemd en gekanaliseerd, dat de vruchtbare kleigrond zijn rijkdom gaf. Op de helm herhaalt het everzwijn zich als schildhoofd-figuur, oprijzend uit een groen-zilveren wrong, ten teken dat de wildheid van herkomst nooit geheel verdwijnt, ook niet wanneer een geslacht zich vestigt en cultiveert. De spreuk "Ongetemd, doch vruchtbaar" vat deze erfenis samen: een familie die uit ruige grond is opgestaan en het land, zonder haar oorspronkelijke kracht te verliezen, tot bloei heeft gebracht.

De geschiedenis van de naam WILTMARSCHEN
De achternaam "Wiltmarschen" is uiterst zeldzaam en komt niet voor in de gangbare naamkundige naslagwerken of genealogische archieven die doorgaans worden geraadpleegd voor Nederlandse en Duitse achternamen. Op basis van een taalkundige ontleding lijkt de naam opgebouwd te zijn uit twee elementen: "wilt" (verwant aan "wild", wat kan verwijzen naar een ongecultiveerd of onbebouwd gebied) en "marschen" (een variant van "marsen" of "marsch", een woord dat in het Nederduits en Nederlands verwijst naar laaggelegen, vruchtbare kleigronden langs rivieren of de kust, vaak beschermd door dijken). Een dergelijke samenstelling zou duiden op een toponymische oorsprong, waarbij de naam ooit verwees naar iemand die afkomstig was uit of woonde bij een wild, onontgonnen marsgebied. Dit type naamgeving was gebruikelijk in de middeleeuwen, toen achternamen vaak ontstonden uit de geografische ligging van iemands woonplaats of landerijen, met name in de kustgebieden van Nedersaksen, Friesland en de Nederlandse provincies waar marslandschappen overheersten.
Vanwege het ontbreken van gedocumenteerde vermeld