OOSTERLAAR
„Genoemd naar een open plek op laag, oostelijk land”
Mijn achternaam betekent zoveel als 'van de open plek in het bos, ten oosten'!
De betekenis van de achternaam OOSTERLAAR
Oosterlaar is een plaatsnaam-achternaam: 'oost' verwijst naar een ligging ten oosten van een dorp of stad, en 'laar' (ook 'laer' of 'lo') betekent een open, licht beboste plek in het bos of op de heide. Wie deze naam draagt, stamt vermoedelijk af van iemand die woonde bij zo'n oostelijk gelegen open plek in het landschap.
Het familiewapen van OOSTERLAAR
„Uit het woud, naar het licht”
Per pale van goud en sinopel, in het gouden schildhoofd een stralende zon van goud, in sinopel drie geveld boomstronken van natuurlijke kleur, geplaatst twee en een.
De naam Oosterlaar is een toponymische familienaam uit het Nederlandse en Vlaamse taalgebied, ontstaan in streken als Noord-Brabant, Limburg en delen van Vlaanderen waar bosontginning eeuwenlang het landschap vormde. De naam is samengesteld uit "ooster" (oostelijk gelegen) en "laar" (een open plek in het bos, een bosweide na het rooien van hout), en duidde oorspronkelijk de plaats aan waar iemand woonde: een oostwaarts gelegen open plek, gewonnen op het woud door vroege ontginners. Wie deze naam droeg, was een mens van de rand tussen wildernis en akker, iemand die met eigen handen ruimte schiep waar eerst enkel bos stond.
Het schild is verdeeld in twee helften — goud en sinopel (groen) — die samen het verhaal van de ontginning vertellen. In het gouden, oostelijke deel van het schild straalt een gouden zon in volle glorie: het opkomende licht in het oosten, dat de naam letterlijk in zich draagt, en het teken van nieuwe hoop die met elke dageraad over het ontgonnen land viel. In het groene, sinopelen deel staan drie gevelde boomstronken, twee-en-een geplaatst: het bos dat weken moest voor het "laar", de open plek, en tegelijk het bewijs van de arbeid en volharding van wie het land veroverde. Het gouden eikenscheutje in het bovenstuk, groeiend tussen twee jonge bomen, toont dat uit gerooide grond weer nieuw leven ontspruit — de voortzetting van het geslacht op de plek die de voorouders schiepen. De wapenspreuk "Uit het woud, naar het licht" vat deze weg samen: van de duisternis van het ongerepte bos naar de opkomende zon van een nieuw begin, precies zoals de eerste dragers van de naam Oosterlaar deze reis eeuwen geleden werkelijk maakten.
De geschiedenis van de naam OOSTERLAAR
De achternaam Oosterlaar is een toponymische familienaam van Nederlandse of Vlaamse oorsprong, wat betekent dat de naam oorspronkelijk verwees naar de plaats waar de drager vandaan kwam of woonachtig was. De naam is samengesteld uit twee elementen: "ooster", wat "oostelijk" of "gelegen in het oosten" betekent, en "laar", een veelvoorkomend Nederlands en Vlaams toponiem-element dat teruggaat op het Oudnederlandse woord "lare" of "lar", wat een open plek in een bos, een bosweide of een ontgonnen stuk land aanduidt. De combinatie "Oosterlaar" duidt dus letterlijk op een "oostelijk gelegen bosweide" of "open plek in het oosten". Dit type samenstelling komt veel voor in Nederlandse en Vlaamse plaatsnamen, vooral in gebieden met een geschiedenis van bosontginning zoals Noord-Brabant, Limburg en delen van Vlaanderen, waar dergelijke "laar"-namen wijdverspreid zijn geworden als aanduiding voor nederzettingen die ontstonden na het rooien van bos.
Als achternaam ontstond Oosterlaar v