FAASSE
„Zeeuwse patroniem: 'zoon (of dochter) van Faas'”
Mijn achternaam Faasse betekent zoiets als 'kind van Faas' — en Faas komt van Bonifacius!
De betekenis van de achternaam FAASSE
Faasse betekent letterlijk 'van Faas', waarbij Faas een verkorting is van de doopnaam Bonifacius (of soms Sebastiaan). De achtervoegsel -se markeert bezit of afkomst, vergelijkbaar met -sen of -zoon elders in Nederland.
Wilt u zien wat er in de registers staat? Het verdiepingsdossier FAASSE bevat de akten, de tellingen en de originele registerbladen — met bij elke bewering de bron erbij. €47
Bekijk het dossier FAASSE →De geschiedenis van de naam FAASSE
De achternaam Faasse is een patroniem dat zijn oorsprong vindt in de Nederlandse provincie Zeeland. De naam is afgeleid van de voornaam "Faas", een verkorte en verbasterde vorm van de doopnaam Bonifacius of Bonifatius, die in de middeleeuwen en vroegmoderne tijd veelvuldig voorkwam. Door toevoeging van het achtervoegsel "-se", dat in het Zeeuwse en West-Brabantse taalgebied gebruikelijk was om afstamming aan te duiden, ontstond de betekenis "zoon van Faas" of "behorend tot de familie van Faas". Dit soort patroniemen ontwikkelde zich vanaf de zestiende en zeventiende eeuw geleidelijk tot vaste familienamen, een proces dat definitief werd bezegeld tijdens de Napoleontische tijd, toen in 1811-1812 de verplichte burgerlijke stand werd ingevoerd en inwoners een vaste achternaam moesten kiezen of laten vastleggen.
Geografisch is de naam Faasse sterk verbonden met de Zeeuwse eilanden, met name Zuid-Beveland en Walcheren, waar de familie zich in de loop der eeuwen vertakte over verschillende dorpen en gemeenten. Historische doop-, trouw- en begraafboeken uit deze regio laten zien dat de naam al in de zeventiende eeuw voorkwam, wat wijst op een lange en continue aanwezigheid van het geslacht in dit gebied. Kenmerkend voor families met de naam Faasse is de tra