DE RUYCK
„De Ruyck: waarschijnlijk de rijke of machtige man”
Mijn naam De Ruyck betekent zoveel als 'de rijke man' — mijn voorouders hadden blijkbaar aanzien!
De betekenis van de achternaam DE RUYCK
De Ruyck is een Vlaamse bijnaamachternaam die vermoedelijk teruggaat op het Middelnederlandse woord 'rijc' of 'ryck', wat 'rijk', 'machtig' of 'aanzienlijk' betekent. Het was een bijnaam voor iemand met welstand, status of gezag in zijn gemeenschap.
Het familiewapen van DE RUYCK
„Ruig van aard, vurig van hart”
Doorsneden van sabel en goud; in het schildhoofd een schrijdend everzwijn van zilver, getand en geborsteld van natuurlijke kleur, in de voet drie vlammen van keel oprijzend uit de deellijn.
De naam "De Ruyck" ontstond in de late middeleeuwen in de Vlaamse gewesten, waar bijnamen vaak een uiterlijk kenmerk of een beroep vastlegden voordat zij, na de invoering van kerkelijke en stedelijke registers, uitgroeiden tot vaste familienamen. Het Middelnederlandse "ruyck" of "ruc" verwees enerzijds naar iemand met een ruig, borstelig voorkomen of een onstuimige aard, en anderzijds — via het werkwoord "ruken" — naar wie met rook, geur of vuur werkte: de pekbrander, de houtskoolbrander, de wierookbereider. Wie het eerst "de Ruyck" werd genoemd, droeg zo ofwel zijn ruwe verschijning, ofwel zijn vuur en rook, letterlijk in zijn naam mee, en gaf die dubbele herinnering door aan alle geslachten die na hem kwamen.
Het schild is doorsneden van sabel en goud, een strenge tweedeling die de twee gezichten van de naam in evenwicht houdt. In het schildhoofd schrijdt een everzwijn van zilver, getand en geborsteld: het dier van de ruige, borstelige, onstuimige aard die het woord "ruig" oorspronkelijk beschreef, fier en ongetemd in zijn houding. In de voet, oprijzend uit de deellijn, staan drie vlammen van keel (rood): het vuur en de rook van "ruken", een eerbetoon aan de brander en de wierookbereider wiens ambacht de naam evenzeer verklaart. De kleur sabel staat voor de rook en de duisternis van de oven, het goud voor de gloed en de waarde van het vak, en het zilver van het everzwijn voor zuiverheid van karakter onder een ruw uiterlijk. De spreuk "Ruig van aard, vurig van hart" verenigt beide oorsprongsverhalen in één levensles: wat aan de buitenkant ruw of rokerig lijkt, draagt vanbinnen een onblusbaar vuur.
De geschiedenis van de naam DE RUYCK
De achternaam "De Ruyck" is een typisch Vlaamse familienaam die zijn wortels heeft in de middeleeuwse Nederlanden, met name in de regio's West-Vlaanderen en Oost-Vlaanderen. Etymologisch wordt de naam meestal teruggevoerd op het Middelnederlandse woord "ruyck" of "ruc", dat verwant is aan "ruig", wat wees op iemand met een ruw, borstelig uiterlijk of een woeste, onstuimige aard. Een andere veelgehoorde verklaring koppelt de naam aan het werkwoord "ruken" (rieken, geuren), waardoor de naam mogelijk verwijst naar een beroep dat met geur, rook of vuur te maken had, zoals een pekbrander, houtskoolbrander of iemand die met wierook werkte. Het voorvoegsel "De" is kenmerkend voor Vlaamse namen en duidt op een bijnaam die letterlijk vertaald kan worden als "de ruige" of "de rokende", en werd vanaf de late middeleeuwen steeds vaker als erfelijke familienaam overgenomen, vooral nadat de kerkelijke en stedelijke overheden begonnen met het systematisch registreren van doop-, huwelijks- en overlijdensakten.
Historisch g