CANRINUS
„Een Latijnse geleerdennaam uit het Groningse Kantens”
Mijn achternaam is een gelatiniseerde eerbetuiging aan een piepklein Gronings dorp.
De betekenis van de achternaam CANRINUS
Canrinus is een verlatiniseerde vorm van een plaatsnaam, vermoedelijk verwijzend naar Kantens, een dorp in Groningen. Zulke namen werden vanaf de 16e-17e eeuw vaak aangenomen door predikanten en geleerden om hun herkomst deftig en geleerd te laten klinken.
Het familiewapen van CANRINUS
„Uit de streek verheven”
Doorsneden van azuur en sinopel; in het schildhoofd een openliggend boek van zilver, vergezeld van een opkomende gouden ster; in de schildvoet een golvende dwarsbalk van zilver, vergezeld van een gouden zespuntige bloem.
De naam Canrinus ontstond zoals zovele geleerde familienamen in de zestiende en zeventiende eeuw, toen predikanten en academici in de Noordelijke Nederlanden hun eenvoudige, volkstalige namen omvormden tot een Latijns gewaad. Het achtervoegsel "-inus" verhief een Friese of Groningse voornaam of streeknaam — vermoedelijk de stam "Canri" — tot een vorm die paste binnen de geleerde wereld van universiteit en kerk. Wie deze naam het eerst droeg, koos er zelf voor zijn afkomst te verbinden met het Latijn van de wetenschap, zonder de band met de eigen bodem te verliezen; die dubbele identiteit, geleerd én geworteld, vormt het hart van dit nieuw ontworpen wapen.

De geschiedenis van de naam CANRINUS
De achternaam Canrinus behoort tot een categorie Nederlandse familienamen die zijn ontstaan door latinisering, een gebruik dat vooral in de zestiende en zeventiende eeuw populair was onder geleerden, predikanten en academici in de Noordelijke Nederlanden. Het kenmerkende achtervoegsel "-inus" is een Latijns patroniem-achtervoegsel dat destijds veelvuldig werd toegevoegd aan Friese of Groningse voornamen of plaatsaanduidingen om een geleerde, verlatijnste vorm van de naam te creëren. Dit was gebruikelijk aan universiteiten en in kerkelijke kringen, waar men de volkstaal-namen wilde verheffen naar de destijds prestigieuze Latijnse taal. De stam "Canri" zou hierbij kunnen teruggaan op een oorspronkelijke Friese of Groningse voornaam, roepnaam of regionale benaming, al is de precieze herkomst door de zeldzaamhe