BOEYKENS
„Boeykens: klein maar krachtig, van 'boey' of 'boeck'”
Mijn naam Boeykens betekent zoiets als 'kleine zoon van Boudewijn' – eeuwenoud Vlaams erfgoed!
De betekenis van de achternaam BOEYKENS
Boeykens is een Vlaamse familienaam die waarschijnlijk teruggaat op een verkleinvorm van een voornaam als Boudewijn (via de kortvorm 'Boeye' of 'Boye'), met het achtervoegsel '-kens' dat 'zoon van' of 'kleine' aanduidt. Het betekent dus zoveel als 'kleine Boudewijn' of 'zoon van Boeye'.
Het familiewapen van BOEYKENS
„Klein begin, groot hart”
In keel een gouden schuinbalk (chevron) tussen twee opklimmende gouden leeuwen in de flanken, met aan de voet van de chevron een kleine gouden halve leeuw oprijzend.
De naam Boeykens is een kind van de Vlaamse middeleeuwen, ontstaan uit een liefkozing. Waar de trotse Germaanse voornaam Boudewijn — "boud vriend", de moedige vriend — de grote heren en ridders sierde, werd in de dorpen rond Antwerpen en het noorden van Oost-Vlaanderen de kleinere, huiselijke vorm "Boeye" of "Boye" gebruikt voor gewone mannen. Toen men in de late middeleeuwen het verkleinwoordachtervoegsel "-kens" toevoegde — zoals in zovele Vlaamse familienamen uit die streek gebruikelijk was — ontstond Boeykens: "zoon van kleine Boudewijn", de nakomeling van een man die de naam van de moedige vriend droeg, maar dan in het klein, in de taal van het volk, van boeren en ambachtslieden die zich generatie na generatie voortplantten in naam en in bloed.
Het schild toont in keel (rood) een gouden chevron, symbool van bescherming en van het dak dat een familie generaties lang samenhoudt, geflankeerd door twee opklimmende gouden leeuwen: deze verbeelden Boudewijn zelf, de moedige vriend, in zijn volle heraldische kracht en waardigheid. Aan de voet van de chevron rijst een kleine gouden halve leeuw op — de "Boeykens", het verkleinde kind van de grote leeuwen erboven, dat toch hetzelfde goud, dezelfde moed in zich draagt, al is hij nog klein. Het rood staat voor de gedrevenheid en de volharding van de landbouwende en ambachtelijke gemeenschap waaruit de naam voortkwam; het goud voor de waardigheid die iedere afstammeling, groot of klein, met zich meedraagt. De helm en het gevoerde wrongsel boven het schild herhalen dit thema in de kleine leeuw als helmteken, een teken dat de zoon nooit los staat van de vader. De spreuk "Klein begin, groot hart" vat de kern van de naam samen: uit een bescheiden verkleinvorm groeide een familie met de moed van een leeuw.

De geschiedenis van de naam BOEYKENS
De achternaam Boeykens is een typisch Vlaamse familienaam die zijn oorsprong vindt in de middeleeuwse patroniemvorming, een gangbare praktijk in de Lage Landen waarbij namen werden afgeleid van de voornaam van de vader. De naam wordt algemeen beschouwd als een verkorting en verkleinvorm van de Germaanse voornaam Boudewijn, wat "boud vriend" of "moedige vriend" betekent. Via tussenvormen als "Boeye" of "Boye" ontstond, met toevoeging van het Vlaamse verkleinwoordachtervoegsel "-kens" (vergelijkbaar met "-ken" of "-je"), de vorm Boeykens, wat oorspronkelijk zoveel betekende als "zoon van kleine Boudewijn" of "afstammeling van Boeye". Dit soort patroniemen met de uitgang "-kens" is kenmerkend voor de Vlaamse antroponymie en komt veelvuldig voor in familienamen uit de provincies Antwerpen, Oost-Vlaanderen en Brabant.
Geografisch is de naam Boeykens sterk verbonden met het Vlaamse gewest, met name met de regio rond Antwerpen en het noorden van Oost-Vlaanderen, waar de naam vanaf de late middeleeuwen in parochieregisters en schepenakten opduikt. De verspreiding van de naam volgt het typische patroon van lokale familienamen die zich door de eeuwen heen vanuit een beperkt kerngebied verder over België en, door emigratie, ook naar Nederland en Noord-Amerika hebben verspreid. Historisch gezien behoorden dragers van de naam doorgaans tot de landbouwende of ambachtelijke gemeenschap van de Vlaam