VAN FAASSEN
„Vernoemd naar vader Faas, kort voor Servaas”
Mijn achternaam komt van 'zoon van Faas' — een koosnaam voor Servaas!
De betekenis van de achternaam VAN FAASSEN
Van Faassen betekent 'zoon van Faas', waarbij Faas een verkorte vorm is van de voornaam Servaas (Servatius). Het is dus een patroniem dat teruggaat op een voorvader die Faas heette, niet op een plaatsnaam ondanks het 'van'.
Wilt u zien wat er in de registers staat? Het verdiepingsdossier VAN FAASSEN bevat de akten, de tellingen en de originele registerbladen — met bij elke bewering de bron erbij. €47
Bekijk het dossier VAN FAASSEN →Zoon van Faas: een patroniem met -sen
Deze naam heeft meer dan één mogelijke herkomst. Hieronder staan ze allebei, met bij elke uitleg hoe zeker die is.
VastgesteldDe achternaam Van Faassen is opgebouwd uit twee onderdelen die elk een eigen verhaal vertellen. Het tweede deel, Faassen, is een patroniem: een naam die is afgeleid van de voornaam van de vader. Het achtervoegsel -sen is in het Nederlandse taalgebied een veelvoorkomende verbastering van -zoon, zoals ook te zien is in namen als Jansen, Willemsen of Cornelissen. Wie ooit Faassen als achternaam kreeg, werd dus aangeduid als zoon van Faas. Het voorvoegsel Van versterkt deze afstammingsrelatie extra, iets wat in het Nederlands minder gebruikelijk is dan in het Duits of Scandinavisch, maar in bepaalde regio's, vooral in het rivierengebied, wel degelijk voorkwam als stilering van patroniemen.
Zeer waarschijnlijkDe kern van de discussie zit in de vraag waar de voornaam Faas zelf vandaan komt, en hier lopen de meningen van naamkundigen uiteen. De meest gangbare verklaring is dat Faas een sterk verkorte en in de volksmond versleten vorm is van Bonifacius, een heiligennaam die in de middeleeuwen door de verering van de Angelsaksische missionaris Bonifatius wijdverspreid was in de Lage Landen. Via klankverschuivingen als Bonefaes, Boonfaes en uiteindelijk Faes of Faas ontstond een korte roepnaam die losraakte van zijn lange oorsprong, iets wat bij veel heiligennamen in die tijd gebeurde omdat lange doopnamen in het dagelijks gebruik werden ingekort tot handzame roepvormen.
HypotheseEen tweede, minder vaak genoemde maar zeker niet onmogelijke verklaring wijst naar de doopnaam Erasmus, eveneens een heiligennaam die in delen van de Nederlanden bekendheid genoot, vooral in gebieden met een levendige verering van deze kerkvader en later door de faam van de humanist Erasmus zelf. Via verbasteringen zou ook hieruit een vorm als Faas kunnen zijn ontstaan, al is de klankovergang van Erasmus naar Faas linguïstisch minder rechtstreeks dan die vanuit Bonifacius. Naamkundigen die deze route verdedigen wijzen op lokale bronnen waarin Faes of Vaes als roepvorm van Erasmus wordt vermeld, maar consensus ontbreekt en beide sporen blijven naast elkaar bestaan zonder dat het ene het andere uitsluit.
HypotheseNaast de patroniem-verklaring bestaat er nog een derde, aanvullende mogelijkheid voor het voorvoegsel Van, namelijk dat het niet zozeer afstamming aanduidt, maar herkomst: iemand die kwam uit een buurtschap, hoeve of streek waar de naam of persoon Faas bekend stond, en die zo als Van Faassen werd aangeduid door zijn nieuwe buren elders. Dit patroon, waarbij een oorspronkelijk patroniem via het voorvoegsel van als herkomstaanduiding werd hergebruikt, komt vaker voor in het rivierengebied dan elders in Nederland, en zou verklaren waarom de combinatie Van plus patroniem hier steviger wortel schoot dan in bijvoorbeeld Holland, waar Faassen zonder Van gangbaarder bleef.
Zeer waarschijnlijkVoordat achternamen wettelijk verplicht en vastgelegd werden, functioneerden namen als Faassen eeuwenlang als levende, veranderlijke aanduidingen die van generatie op generatie opnieuw gevormd konden worden op basis van de vadersnaam. Pas geleidelijk, en met name in de zestiende en zeventiende eeuw, begon in de Betuwe en aangrenzende Gelderse streken de gewoonte om zulke patroniemen ongewijzigd door te geven aan kinderen en kleinkinderen, ook wanneer de vader zelf allang geen Faas meer heette. Dit proces van verstarring tot erfelijke familienaam voltrok zich niet overal even snel, en verklaart waarom in kerkelijke en notariële archieven uit die periode dezelfde familie soms nog met wisselende patroniemen wordt aangeduid.
Zeer waarschijnlijkDe mensen die deze naam droegen, waren doorgaans eenvoudige plattelandsbewoners: boeren op de rivierklei van de Betuwe, dagloners, wevers en kleine ambachtslieden die leefden in een landschap van uiterwaarden, dijken en verspreide hoeves. Het waren gemeenschappen waar iedereen elkaar kende en waar een aanduiding als zoon van Faas volstond om iemand ondubbelzinnig te identificeren binnen het dorp of de buurtschap, zonder dat er behoefte was aan een vaste, geschreven familienaam zoals wij die nu kennen. Pas met de groeiende bureaucratie van kerk en overheid, en later de burgerlijke stand, werd schriftelijke vastlegging en dus standaardisering noodzakelijk.
VastgesteldDe definitieve fixatie van de naam kwam met de invoering van de Burgerlijke Stand onder het Napoleontische bestuur in 1811, toen alle inwoners van de Lage Landen verplicht werden een vaste, erfelijke achternaam te laten registreren. Voor veel families die tot dan toe onder een patroniem als Faassen bekendstonden, betekende dit dat de ambtenaar van de burgerlijke stand de op dat moment gangbare schrijfwijze noteerde, vaak naar eigen goeddunken en naar gehoor, wat verklaart waarom in dezelfde familie soms broers met licht verschillende spellingen geregistreerd staan. Dit is een cruciaal moment: vanaf hier stopte de naam met veranderen per generatie en werd zij, in de vorm zoals toen opgeschreven, definitief erfelijk.
Zeer waarschijnlijkDe spellingsvarianten die door de eeuwen heen zijn opgetekend, zoals Faasen, Faessen, Fasen en Van Faassen zelf, weerspiegelen vooral regionale uitspraakverschillen en het ontbreken van een gestandaardiseerde spelling vóór de negentiende eeuw. Klerken en pastoors schreven fonetisch op wat zij hoorden, en de lengte van de klinker in Faas kon per streek en per schrijver anders worden weergegeven, met een enkele of dubbele a als resultaat. Dat de naam vandaag nog in verschillende vormen voorkomt, wijst erop dat er niet één enkele stamfamilie aan de basis staat, maar dat de patroniemvorming Faas plus -sen op meerdere plaatsen en momenten onafhankelijk van elkaar heeft plaatsgevonden, wat ook verklaart waarom de huidige dragers van de naam zich niet automatisch tot één gemeenschappelijke voorvader kunnen herleiden.