TUINMAN
„Letterlijk: de man van de tuin”
Mijn achternaam betekent letterlijk 'tuinman' - mijn voorouders zorgden dus al eeuwen voor groen!
De betekenis van de achternaam TUINMAN
Tuinman is een beroepsnaam voor iemand die een tuin of hof onderhield, bijvoorbeeld bij een boerderij, buitenplaats of klooster. De naam beschrijft simpelweg wat iemand deed: tuinieren.
Het familiewapen van TUINMAN
„Wat ik plant, blijft groeien”
In het groen een lage muur van zilveren gemetselde omheining in de voet, waaruit een boom met zilveren stam en gouden vruchten oprijst, vergezeld boven van twee gouden tuinspaden.
De naam Tuinman ontstond in de late middeleeuwen als beroepsnaam voor wie de tuinen, moestuinen en boomgaarden van kloosters, kastelen en landgoederen aanlegde en onderhield. De naam is eenvoudig en eerlijk samengesteld: "tuin", het omheinde stuk grond waar men leven kweekt, en "man", het achtervoegsel dat een beroep aanduidt. Wie deze naam in de zestiende en zeventiende eeuw droeg — voornamelijk in Noord-Holland, Friesland en Groningen — was iemand op wiens zorg en vakmanschap anderen letterlijk konden rekenen voor hun voedsel en hun rust, een stille maar onmisbare schakel tussen de aarde en het huishouden dat zij voedde.
Het schild toont een veld van groen (sinopel), de kleur van de levende tuin zelf, waarin onderaan een zilveren gemetselde muur ligt: de omheining die de naam "tuin" letterlijk vormt, de grens die bescherming en toewijding scheidt van de wildernis. Uit die muur rijst een boom met zilveren stam en gouden vruchten op: het resultaat van generaties zorg, de oogst die groeit waar iemand trouw bleef aan zijn werk. De twee gouden tuinspaden aan de bovenzijde verwijzen rechtstreeks naar het gereedschap van de tuinman, het beroep dat de familie zijn naam gaf, terwijl de gouden kleur duidt op de waarde en waardigheid van dat handwerk. Boven het schild draagt de stalen toernooihelm een groen-gouden wrong waaruit dezelfde boom als kroon herrijst, een teken dat wat eenmaal geplant is, blijft doorgroeien in elke generatie. De wapenspreuk "Wat ik plant, blijft groeien" vat deze belofte samen: zorg die wortel schiet, overleeft de hand die haar gaf.

De geschiedenis van de naam TUINMAN
De achternaam Tuinman is een Nederlands beroepsnaam die rechtstreeks verwijst naar het beroep van tuinman, iemand die verantwoordelijk was voor de aanleg en het onderhoud van tuinen, moestuinen of boomgaarden. De naam is samengesteld uit de woorden "tuin" (een omheind stuk grond bestemd voor het kweken van planten, groenten of bloemen) en "man" (een veelvoorkomend achtervoegsel in Nederlandse achternamen dat duidt op een beroep of functie). Dit type naamgeving was in de late middeleeuwen en vroegmoderne tijd gebruikelijk in Nederland en Vlaanderen, toen achternamen vaak werden afgeleid van het beroep dat iemand uitoefende. Tuinlieden speelden een belangrijke rol bij kloosters, kastelen en landgoederen, waar zij verantwoordelijk waren voor de voedselvoorziening en de aanleg van sierlijke tuinen voor de adel en geestelijkheid.
De naam Tuinman komt van oorsprong voor in verschillende regio's van Nederland, met name in Noord-Holland, Friesland en Groningen, waar de naam relatief vaak voorkomt. De vroegste vermeldingen van de naam dateren uit de zestiende en zeventiende eeuw, een periode waarin het gebruik van vaste achternamen in Nederland steeds gangbaarder werd, mede door administratieve en juridische ontwikkelingen zoals de invoering van doop-, trouw- en begraafboeken. In sommige gevallen werd de naam ook toegekend aan mensen die in de buurt van een opvallende of bekende tuin woonden, wat wijst op een mogelijke tweede oorsprong als woonplaatsnaam. Tegenwoordig is Tuinman een relatief zeldzame maar herkenbare Nederlandse achternaam, en nakomelingen van families met deze naam zijn ook te vinden in landen waarheen Nederlandse emigranten in de negentiende en twintigste eeuw zijn vertrokken, zoals de Verenigde Staten, Canada en Zuid-Afrika.