TEUN
„Teun: geen achternaam, maar een koosnaam voor Antonius”
Mijn achternaam Teun blijkt eigenlijk een koosnaam voor Antonius te zijn!
De betekenis van de achternaam TEUN
Teun is oorspronkelijk een Nederlandse voornaam, een verkorte en verbasterde vorm van Antonius (Antoon/Toon). Als achternaam is het zeldzaam en zou het zijn ontstaan doordat een voorvader bekendstond bij deze roepnaam, die later als familienaam beklijfde.
Het familiewapen van TEUN
„Klein van naam, groot van trouw”
In azuur een Tau-kruis van goud, vergezeld van twee zilveren everzwijnskoppen, uitgerukt en van elkaar afgewend, geplaatst onder het kruis.
De naam Teun is geen zelfstandige achternaam met een eigen oorsprong, maar een verkorte, volkse vorm van Antonius — de doopnaam van de heilige Antonius de Grote, die in Zuid-Holland, Noord-Brabant en Gelderland eeuwenlang bijzonder vereerd werd. In de volksmond werd Anthonius via Anton en Anteun afgesleten tot het korte, vertrouwde Teun, en wie zo werd genoemd, gaf deze naam vaak door aan zijn zoon: een Teunis- of Teunissen-zoon. Vóór 1811, toen vaste achternamen nog geen wet waren, ontstond zo een lange keten van vaders en zonen die de herinnering aan één verre naamgever, ooit gedoopt naar de heilige Antonius, generatie na generatie levend hielden.
Het schild is azuur, de kleur van trouw en standvastigheid, en draagt in het gouden Tau-kruis het herkenningsteken van de heilige Antonius zelf — dit kruisvorm, ook wel het Antonius-kruis genoemd, verwijst rechtstreeks naar de naam waaruit Teun is ontstaan. De twee zilveren everzwijnskoppen, uitgerukt en van elkaar afgewend onder het kruis, zijn het klassieke attribuut van deze heilige, die in de overlevering steevast met een varken wordt afgebeeld; hier staan zij voor de eenvoud en de volkse, aardse oorsprong die de naam Teun altijd is blijven behouden, in tegenstelling tot het statige Antonius. De vlam in het helmteken, goud en rood boven het stalen burgerhelm met azuur-gouden dekkleden, verwijst naar het 'vuur van Sint-Antonius' uit de legende en symboliseert de vonk van geloof en volharding die van vader op zoon werd doorgegeven. De wapenspreuk 'Klein van naam, groot van trouw' vat de kern van deze familie samen: een naam die klein en informeel begon, maar die door eeuwen van vader-op-zoon-overlevering een diepe, onuitwisbare trouw aan herkomst en voorgeslacht heeft bewezen.

De geschiedenis van de naam TEUN
Teun is oorspronkelijk geen achternaam maar een Nederlandse voornaam, een verkorte en verbasterde vorm van Antonius of Anthonius. Deze verkorting ontstond via tussenvormen als Anton en Anteun, waarbij in de volksmond de eerste lettergreep wegviel. Wanneer Teun als achternaam voorkomt, is dit meestal ontstaan als patroniem: een zoon van iemand die Teun heette, kreeg de achternaam Teunissen, Teunis, Teunisse of simpelweg Teun. Deze naamvorming was gebruikelijk in Nederland vóór de invoering van vaste achternamen in 1811 onder het Napoleontische bewind, toen mensen vaak naar hun vader werden vernoemd met een toevoeging als -sen, -se of -zoon.
Geografisch is de naam vooral terug te vinden in de provincies Zuid-Holland, Noord-Brabant en Gelderland, waar de verkorte vorm van Antonius bijzonder populair was als doopnaam. De heilige Antonius genoot in deze streken grote verering, wat verklaart waarom afgeleide namen als Teun, Teunis en Anton veelvuldig voorkwamen. Als achternaam is Teun relatief zeldzaam vergeleken met de patroniemvormen Teunissen of Teunisse, die veel gangbaarder werden na de verplichte naamgeving. Opmerkelijk is dat de naam door de eeuwen heen een informeel en volks karakter heeft behouden, in tegenstelling tot de meer formele Latijnse vorm Antonius. Tegenwoordig wordt Teun vooral nog gebruikt als populaire jongensvoornaam in Nederland, terwijl de achternaamvarianten met -sen of -se een blijvend spoor vormen van deze oude patroniemtraditie in de Nederlandse naamgeving.