'T HOEN
„'t Hoen: de familie die de bijnaam 'Kip' droeg”
Mijn achternaam betekent letterlijk 'de kip' – blijkbaar hield een voorouder van pluimvee (of leek erop)!
De betekenis van de achternaam 'T HOEN
Deze naam betekent letterlijk 'de hoen' (kip of hoenderachtige vogel) en was oorspronkelijk een bijnaam voor iemand die op een kip leek in gedrag of uiterlijk, of die kippen hield. Het lidwoord 't (verkorting van 'het') wijst op typisch Nederlandse bijnaamvorming.
Het familiewapen van 'T HOEN
„Trouw als het hoen op stal”
In zilver een hoen van sabel, met kam en lel van keel, gaand op een grasgrond van sinopel, in het schildhoofd vergezeld van drie korenzaadjes van sabel.
De naam ''t Hoen' is een van die stille, huiselijke achternamen die ontstonden uit het dagelijks leven van de Lage Landen. Het woord "hoen" was vroeger het gewone Nederlandse woord voor kip of hoenderachtig gevogelte, en het lidwoord "'t" ervoor wijst op een herkomst als huisnaam: een boerderij, herberg of pand dat "In het Hoen" heette, vaak te herkennen aan een uithangbord met een kip erop. Toen Napoleon in 1811 de Burgerlijke Stand invoerde en families verplicht werden een vaste achternaam te kiezen, legden de bewoners van zulke panden eenvoudigweg de naam van hun huis vast als familienaam — een naam die zeldzaam bleef, geconcentreerd in Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht, en die tot op de dag van vandaag getuigt van een klein, herkenbaar begin.
Het ontwerp van dit nieuw gecomponeerde wapen eert die oorsprong zonder haar te overdrijven. Het zilveren veld staat voor eerlijkheid en soberheid, de kleur van het erf en het huis zelf. Daarop staat het hoen van sabel (zwart), met kam en lel van keel (rood) — geen wild dier, maar het vertrouwde pluimvee waaraan de naam letterlijk haar bestaan ontleent, fier rechtop als op een uithangbord. Het dier staat op een grasgrond van sinopel (groen), het erf waar het hoen zijn plaats had, en in het schildhoofd herinneren drie korenzaadjes van sabel aan het voer dat dagelijks werd gestrooid — de kleine, terugkerende zorg die een huishouden in stand hield. Het helmteken herhaalt het hoen op zijn grasgrond, alsof het beeld van het uithangbord letterlijk boven het schild is opgetild. De wapenspreuk "Trouw als het hoen op stal" vat samen wat deze naam door de generaties heen heeft gedragen: geen grootse veldslag, maar de stille, blijvende trouw van het huis en het erf waaraan een familie haar naam ontleende.

De geschiedenis van de naam 'T HOEN
De achternaam "'t Hoen" vindt haar oorsprong in de Nederlandse taal en behoort tot de categorie van bijnaamachternamen die verwijzen naar dieren. Het element "hoen" is een ouder Nederlands woord voor kip of hoenderachtig gevogelte, terwijl "'t" een samentrekking is van het lidwoord "het". Dit type naamgeving, waarbij een lidwoord wordt gecombineerd met een zelfstandig naamwoord, was in de Lage Landen vanaf de late middeleeuwen en vroegmoderne tijd een gangbare manier om familienamen te vormen, vaak afgeleid van huisnamen of uithangborden. Huizen en herbergen droegen destijds vaak een naam met een dierafbeelding, zoals "In het Hoen", en de bewoners of eigenaren van zulke panden namen soms de huisnaam over als achternaam. De naam kan ook zijn ontstaan als bijnaam voor iemand die pluimvee hield, verhandelde of er anderszins mee geassocieerd werd, wat destijds een veelvoorkomende bron van achternamen was in agrarische gemeenschappen.
Geografisch gezien wordt de naam "'t Hoen" voornamelijk aangetroffen in Nederland, met concentraties in met name de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht, gebieden waar de vorming van dit type samengestelde achternamen met het lidwoord "'t" van oudsher gebruikelijk was. De invoering van de Burgerlijke Stand onder Napoleon in 1811 zorgde ervoor dat veel Nederlandse families, die tot dan toe vaak alleen patroniemen gebruikten, verplicht een vaste achternaam moesten aannemen; bestaande bijnamen en huisnamen zoals "'t Hoen" werden bij die gelegenheid formeel vastgelegd. De naam is relatief zeldzaam vergeleken met veelvoorkomende Nederlandse achternamen, wat wijst op een beperkt aantal st