SCHIKLGRÜBER
„Beroemd door één man, maar oorspronkelijk gewoon Oostenrijks-boers”
Mijn achternaam heeft een geschiedenis die niemand verwacht — check wat 'Schiklgrüber' echt betekent.
De betekenis van de achternaam SCHIKLGRÜBER
Deze naam is een variant van het Oostenrijkse 'Schicklgruber', wat vermoedelijk verwijst naar iemand die woonde bij een 'Schickelgrube' (een kuil of laagte met die naam) of afstamde van een familie met die plaatsaanduiding. Het is een typisch zuid-Duitse/Oostenrijkse plaatsnaam-achternaam, gevormd uit een terreinkenmerk plus het achtervoegsel '-gruber' (van 'Grube', kuil of groeve).
Het familiewapen van SCHIKLGRÜBER
„Geschikt om te graven”
Van sinopel en sabel doorsneden bij een gekanteelde lijn, in het bovenste veld een zilveren pikhouweel van boven naar onder geplaatst, in het onderste veld een zilveren ronde kuil of holte; helmteken: een zilveren pikhouweel tussen twee grasheuveltjes van sinopel, op een wrong van sinopel en zilver, wrong gevoerd met sabel.
De naam Schicklgruber ontstond in het Alpenlandse Waldviertel van Neder-Oostenrijk, waar boerennamen vaak rechtstreeks verwezen naar de plek waar men woonde of werkte. Het element "Gruber" is een herkomstnaam voor wie bij een "Grube" woonde — een kuil, groeve of laagte in het glooiende landschap — terwijl "Schickl" een verkleinvorm is van "Schick", een bijnaam voor iemand die handig of geschikt was in zijn ambacht. Samen tekenen deze twee woorden het portret van een naamdrager die niet als heer over land regeerde, maar als bekwame arbeider zijn brood verdiende uit de aarde zelf — een naam geboren uit het dagelijkse werk van gewone mensen in de heuvels van Midden-Europa, generaties vóór enige beroemdheid haar ooit aan een individu zou verbinden.
Het schild is doorsneden in sinopel (groen) en sabel (zwart): het groene bovenveld verbeeldt de glooiende bossen en weiden van het Waldviertel, het zwarte ondervlak de kuil of groeve — de "Grube" — waaraan de naam zijn kern ontleent, met een gekanteelde scheidingslijn die de rand van zo'n uitgegraven holte suggereert. In het groene veld staat een zilveren pikhouweel, het werktuig van wie "geschikt" is om de grond te bewerken — een directe verwijzing naar "Schickl" en naar de handvaardigheid die de naam ooit prees. In het zwarte veld ligt een zilveren ronde kuil, de holte zelf die "Gruber" benoemt: niet als teken van armoede, maar als eer aan wie met eigen handen iets uit de aarde wint. Het helmteken herhaalt dit verhaal boven de helm — hetzelfde pikhouweel tussen twee grasheuveltjes — terwijl de wrong in groen en zilver, gevoerd met zwart, de tinten van het schild bevestigt. De spreuk "Geschikt om te graven" vat de hele naam samen: geen adellijke titel, maar een eerlijke vaardigheid, doorgegeven van geslacht op geslacht, die deze nieuw ontworpen wapenschild in oude heraldische traditie wil vieren.
De geschiedenis van de naam SCHIKLGRÜBER
De achternaam Schicklgruber (soms gespeld als Schiklgrüber) is een typisch Oostenrijks-Beierse familienaam die zijn oorsprong vindt in het Alpenlandse taalgebied van Midden-Europa, met name in de regio Waldviertel in Neder-Oostenrijk. Etymologisch gezien is de naam een samenstelling van twee elementen: "Schickl", vermoedelijk een verkleinvorm van de persoonsnaam of bijnaam "Schick" (mogelijk verwant aan het woord voor "geschikt" of "handig"), en "Gruber", een van de meest voorkomende Oostenrijkse achternamen die verwijst naar iemand die woonde bij een "Grube" (een kuil, groeve of laagte in het landschap). Namen met de uitgang "-gruber" behoren tot de categorie herkomstnamen, die in de Duitstalige gebieden veelvuldig voorkwamen en verwezen naar de specifieke ligging van een boerderij of woning ten opzichte van natuurlijke terreinkenmerken.
De naam heeft historische bekendheid verworven doordat Maria Anna Schicklgruber, een ongehuwde boerendochter uit het dorp Strones in het Waldviertel, in 1837 een buitenechtelijke zoon kreeg genaamd Alois. Deze Alois droeg aanvankelijk de achternaam van zijn moeder, totdat hij in 1876, op ve