SCHEELE
„Scheele: genoemd naar een scheve blik of een bocht in het landschap”
Mijn achternaam Scheele betekent zoiets als "die met de schele blik" - blijkbaar had een voorouder een opvallend oog!
De betekenis van de achternaam SCHEELE
Scheele is vermoedelijk een bijnaam voor iemand met scheelziende ogen of een schele blik, afgeleid van het Middelnederduitse/Middelnederlandse woord "scheel". Een andere mogelijkheid is dat de naam verwijst naar een woonplaats bij een bocht of scheiding in een rivier of weg.
Wilt u zien wat er in de registers staat? Het verdiepingsdossier SCHEELE bevat de akten, de tellingen en de originele registerbladen — met bij elke bewering de bron erbij. €47
Bekijk het dossier SCHEELE →De geschiedenis van de naam SCHEELE
De achternaam Scheele vindt zijn oorsprong in het Nederlandse en Noord-Duitse taalgebied en is afgeleid van het Middelnederduitse woord "schele" of "scheel", wat verwijst naar iemand die scheel kijkt of een oogafwijking heeft. Deze naam behoort tot de categorie van bijnaam-achternamen, die in de middeleeuwen werden toegekend op basis van uiterlijke kenmerken van een persoon. Het gebruik van dergelijke lichamelijke kenmerken als basis voor familienamen was destijds gebruikelijk in grote delen van Europa, vooral in gebieden waar Nederduitse en Nederlandse dialecten werden gesproken. De naam kwam veelvuldig voor in kustgebieden van Noord-Duitsland, Nederland en later ook in Scandinavische landen, waar Duitse en Nederlandse handelaren en ambachtslieden zich vestigden.
In de loop der eeuwen verspreidde de naam Scheele zich via migratie en handel naar verschillende regio's, waaronder Zweden, waar de bekende scheikundige Carl Wilhelm Scheele in de achttiende eeuw grote wetenschappelijke bijdragen leverde en de naam internationale bekendheid gaf. Historisch gezien werden families met deze achternaam vaak aangetroffen in stedelijke handelscentra en havensteden, wat wijst op een verbondenheid met koopmansactiviteiten en ambachten. De schrijfwijze van de naam varieerde door de eeuwen heen, met vormen als Schele, Scheel en Scheele die onderling verwisselbaar werden gebruikt, afhankelijk van regionale spellingsconventies en dialectverschillen. Tegenwoordig komt de naam voor in Nederland, Duitsland, Zweden en andere landen waar Germaanse volken zich hebben gevestigd, en blijft het een tastbaar overblijfsel van middeleeuwse naamgevingstradities gebaseerd op persoonlijke fysieke kenmerken.