MOCKING
„Geuzennaam geworden geslachtsnaam: 'de spotter'”
Mijn achternaam betekent zoiets als 'de spotter' – blijkbaar zit humor al generaties in de familie!
De betekenis van de achternaam MOCKING
Mocking is een Nederlandse achternaam die vermoedelijk teruggaat op een bijnaam voor iemand die graag spotte of grappen maakte, afgeleid van het (Middel)Nederlandse werkwoord 'mocken' of 'mocken' (spotten, gekscheren). Het is dus oorspronkelijk geen scheldnaam maar eerder een koosnaam voor een grappenmaker of spotvogel in de familie.
Het familiewapen van MOCKING
„Onder de grond, boven de oogst”
Doorsneden van goud en sabel, in het bovenste veld een mol van sabel klimmend over de deellijn, in het benedenveld drie aren van goud waaierend geplaatst, met een schildhoofd van azuur beladen met een ster van zes punten van goud.
De naam Mocking is vermoedelijk ontstaan in het Nederlandse noorden en oosten — Groningen, Friesland, Overijssel — waar de "-ing" uitgang eeuwenlang werd gebruikt om afstamming aan te duiden: een Mocking was oorspronkelijk "zoon van Mocke" of "zoon van Mok", een koosnaam die teruggaat op oudere Germaanse voornamen. Zulke verkorte roepnamen waren in de middeleeuwse dorpsgemeenschappen gangbaar, en de vorming met "-ing" maakte van een informele koosnaam een blijvende familieaanduiding, lang voordat achternamen bij wet werden vastgelegd in 1811. Dat de naam vandaag zeldzaam is, wijst op een beperkt aantal stamvaders uit een afgebakende streek — een familie die zich, ondanks emigratie naar Amerika en Canada, altijd tot een klein, herkenbaar begin heeft kunnen herleiden.
Het schild is doorsneden van goud en sabel, een deling die de klank van "Mok" en "-ing" verbeeldt als twee generaties die elkaar raken op één lijn. In het bovenveld klimt een mol van sabel over die deellijn: een dier dat verwijst naar de klankverwantschap tussen "Mocke/Mok" en het woord "mol", en dat symbool staat voor de onvermoeibare, ondergrondse arbeid van voorgeslachten wier namen niet altijd in de boeken stonden, maar wier werk de grond voor latere generaties vruchtbaar maakte. In het benedenveld waaieren drie aren van goud, teken van de oogst uit de agrarische streken waar de familie wortelde en van de vruchten die voortkomen uit dat onzichtbare, geduldige graafwerk. Het schildhoofd van azuur met een gouden ster van zes punten duidt op de gestage koers die de familie door de eeuwen hield — een vast punt aan de hemel voor wie, net als de mol onder de grond, niet altijd zichtbaar was maar wel altijd richting gaf. De wapenspreuk "Onder de grond, boven de oogst" vat deze twee bewegingen samen: het onopvallende, volhardende werk van de eerste Mocking-dragers, en de rijkdom die dat werk uiteindelijk aan hun nazaten schonk.

De geschiedenis van de naam MOCKING
De achternaam Mocking heeft vermoedelijk Nederlandse, en meer specifiek Friese of Nedersaksische, wortels. De naam behoort tot een categorie achternamen die is gevormd met het patroniemachtige achtervoegsel "-ing", een suffix dat in het Middelnederlands en Oudfries werd gebruikt om aan te duiden dat iemand een zoon of afstammeling was van een persoon met een bepaalde voornaam. In dit geval zou de naam zijn afgeleid van de persoonsnaam "Mocke" of "Mok", een verkorte of koosvorm die mogelijk teruggaat op oudere Germaanse namen. Dergelijke verkorte voornamen waren in de middeleeuwen gebruikelijk in het noorden en oosten van Nederland, waar de "-ing" uitgang veelvuldig voorkwam in achternamen om familiebanden en afstamming aan te duiden, vergelijkbaar met patroniemen als Jansen of Willemsen elders in het land.
Historisch gezien wordt de naam Mocking vooral aangetroffen in gebieden zoals Groningen, Friesland en delen van Overijssel, regio's waar het gebruik van achternamen met het achtervoegsel "-ing" sterk verankerd was in de lokale naamgevingstradities. De invoering van verplichte achternamen tijdens de Napoleontische tijd, rond 1811, zorgde ervoor dat veel families die voorheen alleen patroniemen gebruikten, deze bestaande familienamen vastlegden als officiële achternaam. Mocking is tegenwoordig een relatief zeldzame achternaam, wat erop wijst dat de families die deze naam dragen mogelijk afstammen van een beperkt aantal stamvaders uit een specifieke regio. Door emigratie in de negentiende en twintigste eeuw zijn dragers van de naam ook terug te vinden in landen als de Verenigde Staten en Canada, waar Nederlandse immigranten hun familienamen meenamen en behielden, soms met kleine spellingsvarianten als gevolg