KOSSEN
„Kossen: zoon van Kobe, koosnaam voor Jacobus”
Mijn achternaam Kossen betekent letterlijk 'zoon van Kos', een koosnaam voor Jacobus!
De betekenis van de achternaam KOSSEN
Kossen is vrijwel zeker een patroniem, afgeleid van 'Kos' of 'Kosse', een verkorte koosvorm van de voornaam Jacobus (via Kobus/Kobe/Kos). De uitgang '-en' verwijst naar 'zoon van' of 'behorend bij', dus Kossen betekent zoiets als 'zoon van Kos'.
Het familiewapen van KOSSEN
„Uit wortel, staf en aar”
Doorsneden van azuur en sinopel; in het schildhoofd een schuinliggende zilveren gebutte Christoffelstaf, in de voet een gouden korenschoof.
De naam Kossen ontstond hoogstwaarschijnlijk in het noorden van Nederland, in Groningen en Friesland, in de eeuwen voordat achternamen wettelijk verplicht werden. Zij is een patroniem, afgeleid van de voornaam Kors of Cors — een verkorting van Christoffel of Christiaan — met het achtervoegsel "-en" dat afstamming aanduidt: letterlijk "zoon van Kors". Toen Napoleon in 1811 vaste achternamen voorschreef, lieten families deze reeds gangbare roepnaam vastleggen als officiële geslachtsnaam. Door de eeuwen heen waren dragers van de naam vooral werkzaam in agrarische beroepen, verbonden met het land waarop zij generatie na generatie leefden en werkten.
Dit nieuw ontworpen wapen verbeeldt beide lagen van het verhaal. De zilveren gebutte Christoffelstaf in het schildhoofd verwijst rechtstreeks naar Christoffel, de naamgever achter Kors, en naar diens legendarische rol als drager en gids — een zinspeling op de naam zelf. Het schild is doorsneden van azuur, de kleur van standvastigheid en trouw, en sinopel, de kleur van het land; in de voet rust de gouden korenschoof, het beeld van de agrarische oorsprong van de familie en van de oogst die geslacht na geslacht het bestaan droeg. Helm, wrong en het herhaalde motief van staf en aren in het bovenstuk onderstrepen dat dezelfde symbolen — drager en oogst — de kern van dit nieuwe wapen vormen. De spreuk "Uit wortel, staf en aar" bindt de patroniemische wortel (Kors), de staf van Christoffel en de aar van het korenveld samen tot één beeld van herkomst, gidsen en groei.

De geschiedenis van de naam KOSSEN
De achternaam Kossen vindt zijn oorsprong hoogstwaarschijnlijk in Nederland, met name in de noordelijke provincies zoals Groningen en Friesland, waar patroniemen en plaatsnamen een belangrijke rol speelden bij de vorming van familienamen. Etymologisch gezien wordt aangenomen dat Kossen is afgeleid van de voornaam Kors of Cors, een verkorte vorm van Christoffel of Christiaan, met de toevoeging van het achtervoegsel "-en" dat in het Nederlands vaak duidt op afstamming ("zoon van Kors") of op een plaatsaanduiding. Deze vorm van naamgeving was gebruikelijk in de periode voordat achternamen wettelijk verplicht werden gesteld, wat in Nederland gebeurde onder het bewind van Napoleon in 1811, toen veel families hun bestaande roepnaam of patroniem als officiële achternaam lieten vastleggen.
In historisch opzicht is Kossen relatief zeldzaam en komt de naam vooral voor in kleinere aantallen verspreid over Nederland, met een concentratie in het noorden van het land. De naam kan ook een regionale variant zijn, ontstaan door lokale uitspraakverschillen van vergelijkbare namen als Cossen of Kossens, die eveneens in de Nederlandse en Noord-Duitse grensstreek voorkomen. Dit wijst op mogelijke wisselwerking tussen Nederlandse en Duitse taalgebieden, waar familienamen vaak over de grens heen varianten kenden. Opmerkelijk is dat dragers van de naam Kossen door de eeuwen heen voornamelijk werkzaam waren in agrarische beroepen, wat aansluit bij het algemene patroon van naamsvorming in landelijke gemeenschappen, waar beroep, afkomst of vadersnaam de basis vormden voor de latere erfelijke achternaam.