FLEDDERUS
„Naam uit het veen: 'Fledder' betekent moerasland”
Mijn achternaam betekent zoiets als 'man uit het moeras' - met een Latijns likje verf erop.
De betekenis van de achternaam FLEDDERUS
Fledderus is een Friese/Groningse naam die verwijst naar 'fledder' of 'vledder', een woord voor drassig, laaggelegen moerasland of veengrond. Waarschijnlijk droeg de eerste drager deze naam omdat hij bij zulk moerasland woonde of vandaan kwam, met het geleerde Latijnse achtervoegsel '-us' als sjieke toevoeging, zoals destijds gebruikelijk bij geletterde mannen.
Wilt u zien wat er in de registers staat? Het verdiepingsdossier FLEDDERUS bevat de akten, de tellingen en de originele registerbladen — met bij elke bewering de bron erbij. €47
Bekijk het dossier FLEDDERUS →De geschiedenis van de naam FLEDDERUS
De achternaam Fledderus is een typisch Noord-Nederlandse familienaam die zijn oorsprong vindt in de provincies Groningen en Friesland. De naam behoort tot een categorie achternamen die in de zeventiende en achttiende eeuw ontstond onder invloed van het humanisme, toen geleerden, predikanten en notarissen hun familienamen vaak lieten latiniseren door er de uitgang "-us" aan toe te voegen. De stam "Fledder" wordt in verband gebracht met het Nedersaksische of Oudnederlandse woord voor de vlierstruik (vergelijkbaar met het Duitse "Flieder"), een plant die veel voorkwam in het landschap van het noorden van Nederland. Het is daarom aannemelijk dat de naam oorspronkelijk verwees naar een woonplaats bij een vlierstruik of naar een gehucht of veldnaam waarin dit element voorkwam, zoals wel vaker gebeurde bij plaatsgebonden achternamen in deze regio.
Historisch gezien duiken de eerste vermeldingen van de naam Fledderus op in kerkelijke en notariële archieven van Groningen en omliggende Ommelanden, waar de familie zich vestigde als onderdeel van de regionale burgerij en geestelijkheid. De gelatiniseerde vorm suggereert dat vroege dragers van de naam een zekere mate van opleiding en aanzien genoten, aangezien het gebruik van dergelijke Latijnse achtervoegsels destijds voorbehouden was aan geletterde klassen zoals predikanten, juristen en academici. In de loop van de neg