FEIJNENBUIK
„Een opmerkelijke bijnaam: "fijne buik"”
Mijn achternaam betekent zoiets als "fijne buik" — een letterlijke bijnaam uit de middeleeuwen!
De betekenis van de achternaam FEIJNENBUIK
Feijnenbuik is vermoedelijk ontstaan als bijnaam, samengesteld uit "fijn" (in oudere zin: teer, fijngebouwd of ook wel gulzig) en "buik". Het verwees waarschijnlijk naar een opvallend lichaamskenmerk van de allereerste drager, zoals wel vaker gebeurde bij oude Nederlandse bijnamen.
Het familiewapen van FEIJNENBUIK
„Rijk in eenvoud, fijn van aard”
Doorsneden van zilver en keel; in het schildhoofd een opkomende burgerfiguur van natuurlijke kleur met een ronde buik van goud omrand, de handen rustend op de buik; in de voet drie golvende dwarsbalkjes van zilver op keel.
De naam Feijnenbuik is zeldzaam en draagt de sporen van een tijd waarin mensen niet naar hun afkomst, maar naar hun voorkomen werden genoemd. In de Lage Landen, waarschijnlijk in Zeeland, Zuid-Holland of Vlaanderen, ontstond deze naam als bijnaam voor een voorouder die opviel: "feijn", de oudere schrijfwijze van "fijn", duidde op iets welgevalligs of aangenaams, terwijl "buik" verwees naar een opvallende, ronde gestalte. Wat ooit als scherts of dorpsspot begon, groeide vanaf de late middeleeuwen — toen steden behoefte kregen aan vaste namen voor belastingen en burgerlijke registers — uit tot een erfelijke familienaam die tot op de dag van vandaag wordt gedragen, een stille getuige van een mens die met welbehagen door het leven ging.
Het schild is doorsneden van zilver en keel, een eenvoudige maar krachtige tweedeling die de twee naamdelen weerspiegelt: het zilver voor het "feijne", het verfijnde en aangename, het keel voor de levenskracht en gulle rondheid van de "buik". In het schildhoofd rijst een burgerfiguur op met een ronde, in goud omrande buik en de handen er tevreden op rustend: geen spot, maar een eerbetoon aan een voorvader wiens gestalte zijn naam werd, en wiens vitaliteit letterlijk in het wapen is vastgelegd. De drie golvende dwarsbalkjes van zilver in de voet verbeelden overvloed en welgesteldheid, de rimpelingen van een leven dat goed gevuld was. De helm boven het schild, van gepolijst staal zonder kroon, herinnert aan de burgerlijke — niet adellijke — herkomst van de naam, terwijl het huisteken in de dekkleden dezelfde tevreden gestalte herhaalt. De wapenspreuk "Rijk in eenvoud, fijn van aard" vat samen wat de naam door de eeuwen heen bewaarde: een familie die, zonder pretentie, met welbehagen en gulheid haar plaats innam.

De geschiedenis van de naam FEIJNENBUIK
De achternaam Feijnenbuik is uiterst zeldzaam en komt niet voor in de gangbare naslagwerken over Nederlandse familienamen, wat erop wijst dat het om een zeer kleine familielijn gaat of om een naam die slechts lokaal en in beperkte mate is overgeleverd. Taalkundig lijkt de naam opgebouwd uit twee elementen: "feijn", een oudere spellingvariant van "fijn" die in het Middelnederlands en vroegmoderne Nederlands gebruikelijk was voor woorden met de klank "ij", en "buik", wat verwijst naar het lichaamsdeel maar in oude bijnaamgeving vaker een figuurlijke of spottende betekenis had, bijvoorbeeld om iemands gestalte, voorkomen of persoonlijkheid te typeren. Namen met "buik" als tweede lid ontstonden doorgaans als bijnamen die later erfelijke achternamen werden, een proces dat in de Lage Landen vanaf de late middeleeuwen op gang kwam toen steden en dorpen behoefte kregen aan sluitende identificatie van hun inwoners voor belastingheffing, grondbezit en burgerlijke administratie.
Gezien de opbouw en spelling is een geografische oorsprong in de Nederlandstalige gebieden, mogelijk in Zeeland, Zuid-Holland of Vlaanderen, aannemelijk, regio's waar dergelijke samengestelde bijnamen met lichamelijke of karakteriserende kenmerken vaker voorkwamen dan in het oosten van het land. De historische betekenis van de naam moet vermoedelijk gezocht worden in een voorouder die opviel door een bepaald uiterlijk kenmerk, wat door dorpsgenoten werd vastgelegd in een bijnaam die generaties lang is doorg