DE FOCKERT
„Een naam die "de valkenier" of zelfs "de smid" kan betekenen”
Mijn achternaam gaat mogelijk terug op een oude vogelvanger of een Germaanse stamvader genaamd Folkert — geschiedenis in een naam!
De betekenis van de achternaam DE FOCKERT
De Fockert is vermoedelijk een Nederlandse/Vlaamse verbastering van een beroepsnaam of bijnaam, mogelijk verwant aan "vogelaar" of "valkenier" (iemand die vogels/valken ving of trainde), al wordt ook een verband met de oude voornaam Fulcard/Folkert (uit Germaans "volk" + "hard", dus "sterk in het volk") geopperd. Het voorvoegsel "De" is later toegevoegd, zoals vaker gebeurde bij Vlaamse familienamen, en duidt niet per se op een lidwoord bij een zelfstandig naamwoord maar kan een verbasterde vorm van een patroniem zijn.
Het familiewapen van DE FOCKERT
„Gefokt, gevaren, gebleven”
Gedeeld: I in azuur een ramskop van gezicht van zilver; II in goud een fok (voorzeil) van sabel gebold in de wind; over de deellijn heen een golvende faas van zilver.
De naam "De Fockert" voert terug op de oude Friese en Nedersaksische voornaam "Fokke" of "Focko", die al in de middeleeuwen in de Lage Landen werd gedragen. Het achtervoegsel "-ert" maakte er een patroniem van: "zoon van Fokke", een naam die van vader op zoon overging in de boeren- en zeevaartgemeenschappen van het noorden. Het voorvoegsel "De" kwam er, zoals bij zovele families, pas bij toen rond 1811 de Burgerlijke Stand werd ingevoerd en men een vaste, onderscheidende achternaam nodig had. Een tweede spoor van de naam leidt naar het beroep van "fokker": wie vee fokte op het land, of wie de "fok" — het kleine, wendbare voorzeil — vervaardigde en bediende op de schepen die de Nederlandse kusten en rivieren bevolkten. Beide sporen, het ene geworteld in de aarde, het andere in wind en water, komen samen in dit wapen.
Het schild is gedeeld in twee helften die de twee verhalen van de naam naast elkaar tonen. Aan de linkerzijde, in azuur, staat een ramskop van zilver: het dier van de fokkerij, teken van het geduldige, generatie-op-generatie opbouwen van een kudde, van vee en van familie. Aan de rechterzijde, in goud, waait een fok van sabel, het kleine voorzeil dat een schip zijn wendbaarheid en vaart geeft — de andere lezing van de naam, die van de zeevaart en het vakmanschap op het water. De golvende faas van zilver die over de deellijn heen loopt, verbeeldt het water zelf en verbindt beide helften: land en zee, veefokker en zeilenmaker, worden één familie. De motto "Gefokt, gevaren, gebleven" vat deze reis samen: geboren uit geduldig fokwerk, gevaren over onstuimig water, en toch, door alle eeuwen heen, gebleven wie men was.
De geschiedenis van de naam DE FOCKERT
De achternaam "De Fockert" heeft zijn wortels in de Nederlandse en Friese naamgevingstraditie en wordt vermoedelijk afgeleid van de voornaam "Fokke" of "Focko", een oude Friese en Nedersaksische persoonsnaam die al in de middeleeuwen voorkwam. Het achtervoegsel "-ert" functioneerde vaak als een verkleinings- of persoonsaanduidend suffix, waardoor "Fockert" oorspronkelijk kan zijn ontstaan als patroniem, wat zoveel betekent als "zoon van Fokke" of "afstammeling van Focko". Het voorvoegsel "De" is typisch Nederlands en werd vaak toegevoegd om een specifieke familietak, herkomst of onderscheidend kenmerk aan te duiden, zoals gebruikelijk was bij de vorming van achternamen in de Lage Landen tijdens en na de invoering van de Burgerlijke Stand onder Napoleon in het begin van de negentiende eeuw. Een alternatieve theorie koppelt de naam aan het beroep van "fokker", iemand die zich bezighield met het fokken van vee of het maken van fokzeilen voor de scheepvaart, wat zou wijzen op een be