DAKHAAS
„Waarschijnlijk een bijnaam: "haas op het dak"”
Mijn achternaam betekent zoiets als "haas op het dak" — kom daar nog maar eens om!
De betekenis van de achternaam DAKHAAS
Dakhaas lijkt een letterlijke samentrekking van "dak" en "haas". Vermoedelijk ontstond het als bijnaam voor iemand die op het dak klom of daar woonde, of als speelse/spottende benaming — vergelijkbaar met andere Nederlandse bijnaamachtige achternamen die uit alledaagse woorden zijn samengesteld.
Wilt u zien wat er in de registers staat? Het verdiepingsdossier DAKHAAS bevat de akten, de tellingen en de originele registerbladen — met bij elke bewering de bron erbij. €47
Bekijk het dossier DAKHAAS →Een bijnaam voor de kat op het dak
Deze naam heeft meer dan één mogelijke herkomst. Hieronder staan ze allebei, met bij elke uitleg hoe zeker die is.
VastgesteldDe achternaam Dakhaas is wat taalkundigen een samenstelling noemen: twee bestaande Nederlandse woorden, 'dak' en 'haas', die samen een nieuw, beeldend begrip vormen. Dat begrip, 'dakhaas', bestond al voordat het een achternaam werd en had in de volksmond een heel specifieke, ietwat schertsende betekenis: het was de omschrijving voor een kat, en dan vooral een kat waarvan het vlees in tijden van schaarste stiekem als konijnenvlees ('haas') werd verkocht. De term speelt dus met het idee van bedrog en armoede tegelijk, en zulke ironische woordspelingen waren in de spreektaal van vroeger eeuwen zeer geliefd als basis voor bijnamen.
Zeer waarschijnlijkDe meest voor de hand liggende verklaring voor het ontstaan van Dakhaas als persoonsnaam ligt in het beroep van de eerste drager. Slagers, poeliers en vleeshandelaren die in barre tijden hun waar wat oprekten door goedkoper kattenvlees te verwerken, konden door hun buren of klanten spottend 'dakhaas' worden genoemd, en die spotnaam kleefde vervolgens aan hun persoon en later aan hun nakomelingen. Dit type beroeps- of bijnaam, ontstaan uit wantrouwen of humor over de handelspraktijken van een vakman, is in de Nederlandse en Vlaamse naamkunde goed gedocumenteerd: veel achternamen die met voedsel, vlees of markthandel te maken hebben, zijn op vergelijkbare wijze uit de mond van het volk ontstaan.
Zeer waarschijnlijkEen tweede, evengoed plausibele verklaring gaat niet uit van bedrog in de vleeshandel, maar van een letterlijker beeld: iemand die bekendstond om de katten die hij hield, wellicht op het dak van zijn huis of schuur, of iemand wiens woning opviel doordat er voortdurend katten rondscharrelden. In een tijd waarin de meeste mensen geen achternaam maar een bijnaam droegen die aan hun huis, hun dieren of hun gedrag ontleend was, kon een opvallende kattenliefhebber of iemand met een kattenplaag op zijn dak heel goed 'de dakhaas' gaan heten. Deze verklaring is minder pikant dan de eerste, maar sluit net zo goed aan bij de manier waarop bijnamen destijds ontstonden uit alledaagse waarneming.
HypotheseHet is belangrijk te benadrukken dat de bronnen geen uitsluitsel geven welke van deze twee verklaringen voor een specifieke familie Dakhaas de juiste is, en dat beide sporen in de naamkunde als geldig worden beschouwd. Wie in zijn familiegeschiedenis een voorouder in de vleeshandel terugvindt, mag de eerste verklaring als aannemelijker beschouwen; wie eerder boeren, keuterboertjes of eenvoudige huisbezitters onder zijn voorouders aantreft, doet er goed aan de tweede lezing niet bij voorbaat af te wijzen. Zonder aanvullend archiefonderzoek naar de vroegste dragers van de naam blijft dit onderscheid speculatief.
VastgesteldDe overgang van bijnaam naar erfelijke achternaam voltrok zich in de Lage Landen doorgaans tussen de zestiende en achttiende eeuw, in een periode waarin dorpen en steden behoefte kregen aan vastere identificatie van hun inwoners voor belastingheffing, rechtspraak en kerkelijke registratie. Een kleurrijke bijnaam als Dakhaas, die eerst misschien nog per generatie kon wisselen of alleen mondeling werd gebruikt, raakte in schriftelijke stukken vastgelegd en ging zo van vader op zoon over, ook wanneer de oorspronkelijke aanleiding, het beroep of de kattenliefhebberij, allang niet meer opging voor de nazaten. Dit is een algemeen patroon dat voor talloze Nederlandse bijnaamachternamen geldt en niet uniek is voor Dakhaas, maar het verklaart wel waarom de kolderieke oorsprong van de naam voor latere generaties draagbaar en zelfs onopvallend werd.
VastgesteldWat de spelling betreft, is Dakhaas een relatief stabiele samenstelling: beide woorddelen, 'dak' en 'haas', zijn al eeuwenlang in vaste vorm in het Nederlands aanwezig, zodat er weinig ruimte was voor grote spellingsafwijkingen zoals die bij oudere of streektaalgebonden namen wel voorkomen. Toch is het denkbaar dat in oudere registers varianten voorkwamen met een tussen-s, een gesplitste schrijfwijze ('Dak Haas') of lichte klinkerverschuivingen, afhankelijk van de klerk die de naam optekende en de streektaal van de betrokken familie. Pas met de invoering van de burgerlijke stand in 1811 werd de schrijfwijze van Nederlandse achternamen definitief vastgelegd, waarna spellingsvarianten binnen één familie nauwelijks nog voorkwamen.
HypotheseDe naam komt tegenwoordig maar spaarzaam voor in Nederland, en die zeldzaamheid is op zichzelf veelzeggend. Achternamen die uit slechts één of enkele oorspronkelijke naamdragers zijn voortgekomen en zich nooit sterk hebben verspreid, wijzen doorgaans op een naam die in een beperkte regionale kring is ontstaan en van daaruit is vererfd binnen een klein aantal familietakken. Bij een naam als Dakhaas ligt het dan ook voor de hand dat vrijwel alle hedendaagse dragers via een relatief kort aantal generaties terug te voeren zijn op een gemeenschappelijke voorouder of op een klein aantal onafhankelijk ontstane naamdragers in dezelfde streek, al valt zonder gericht genealogisch onderzoek niet vast te stellen of het om één stamvader gaat of om een handjevol.