CHAPOT-STRUYCKEN
„Franse hoed én Nederlandse haakspeld in één dubbele naam”
Mijn naam is een Franse hoed en een Nederlandse struik in één - wat een combinatie!
De betekenis van de achternaam CHAPOT-STRUYCKEN
Chapot-Struycken is een gekoppelde (dubbele) achternaam uit twee tradities: 'Chapot' is Frans en verwijst waarschijnlijk naar 'chapeau' (hoed), mogelijk een bijnaam voor een hoedenmaker of -drager. 'Struycken' is Nederlands en gaat terug op 'struik' (Struyck), oorspronkelijk een naam voor iemand die bij een struik of kreupelbos woonde.
Het familiewapen van CHAPOT-STRUYCKEN
„Geworteld en gedragen”
Doorsneden: rechts in keel een hoed van zilver, links in sinopel een struik van zilver, geworteld op een heuveltje van hetzelfde; op het schild een gestalen toernooihelm met wrong en dekkleden van keel en sinopel, gevoerd van zilver, gedekt met een helmteken van een zilveren struiktakje waaraan twee kleine zilveren hoedjes hangen.
De naam Chapot-Struycken draagt twee levens in zich. "Chapot" is Frans en verwijst naar "chapeau", hoed – een naam die wortelt in het beroep van hoedenmaker of in de herkomst van een drager die een hoed droeg als kenmerk, en die door Franse hugenoten in de zeventiende en achttiende eeuw als vluchtelingennaam werd meegebracht naar de Nederlanden. "Struycken" is daarentegen inheems Nederlands-Vlaams, afgeleid van "struik": een toponymische naam voor wie woonde bij het struikgewas, het lage hout aan de rand van akker of bos, met de karakteristieke Brabantse verkleinvorm "-ken" die afstamming en woonplaats tegelijk aanduidt. Toen beide families door huwelijk hun namen samenvoegden, ontstond een dubbele naam die vluchteling en gevestigde, vreemdeling en streekgenoot in één geslacht verenigde – een naam die zowel reis als thuiskomst vertelt.
Het schild is doorsneden in twee gelijke helften, die de twee families eer aandoen zonder de een boven de ander te stellen. Rechts, in het rood (keel) van moed en van het vuur der ballingschap, staat een zilveren hoed: het sprekende teken van "Chapot", de hugenotenvoorvader die met zijn ambacht en zijn geloof een nieuw land binnentrok. Links, in het groen (sinopel) van de aarde en het jonge hout, staat een zilveren struik, geworteld op een klein heuveltje: het sprekende teken van "Struycken", de familie die al generaties lang bij het struikgewas woonde en zich niet liet verplaatsen. Boven het schild draagt een gestalen toernooihelm – het teken van burgerlijke, niet-adellijke eer – een helmteken waarin een struiktakje twee kleine hoedjes draagt: het beeld van de vluchteling die onderdak vindt in de takken van wie al geworteld was. De wapenspreuk "Geworteld en gedragen" vat dit samen: de ene familie gaf wortels, de andere gaf een dak, en samen droegen zij een naam die tot op de dag van vandaag standhoudt.

De geschiedenis van de naam CHAPOT-STRUYCKEN
De achternaam "Chapot-Struycken" is een samengestelde dubbele achternaam die is ontstaan uit de combinatie van twee afzonderlijke Nederlandse en Franse familienamen. Het element "Chapot" heeft een Franse oorsprong en wordt in verband gebracht met het Franse woord "chapeau", wat hoed betekent, of kan verwijzen naar een beroepsnaam gerelateerd aan hoedenmakerij. Deze naam wordt vaak toegeschreven aan Franse Hugenoten die in de zeventiende en achttiende eeuw als religieuze vluchtelingen naar de Nederlanden emigreerden en zich daar vestigden. Het element "Struycken" is daarentegen van Nederlandse of Vlaamse oorsprong en is afgeleid van het woord "struik", wat duidt op een toponymische naam die verwees naar iemand die woonde bij of nabij struikgewas of laag hout. Namen met de uitgang "-en" of "-ken" zoals Struycken zijn typisch voor de Nederlandse en Brabantse regio's, waar dergelijke verkleinvormen vaak gebruikt werden om afstamming of woonplaats aan te duiden.
De samenvoeging van beide namen tot "Chapot-Struycken" is kenmerkend voor de Nederlandse traditie van dubbele achternamen, die vaak ontstonden door huwelijksverbintenissen tussen twee vooraanstaande families, waarbij beide familienamen werden behouden