BUITELAAR
„Buitelaar: de naam van de tuimelaar of duikelaar”
Mijn achternaam betekent zoiets als 'de tuimelaar' — blijkbaar zat er een acrobaat in de familie!
De betekenis van de achternaam BUITELAAR
Buitelaar komt vermoedelijk van het werkwoord 'buitelen' (tuimelen, duikelen) en verwees waarschijnlijk naar een acrobaat, een onstuimig of onhandig persoon, of iemand die letterlijk 'buiten' iets viel of stond. Het is een bijnaam-achtige achternaam die iets zegt over gedrag of een opvallende eigenschap van de eerste drager.
Wilt u zien wat er in de registers staat? Het verdiepingsdossier BUITELAAR bevat de akten, de tellingen en de originele registerbladen — met bij elke bewering de bron erbij. €47
Bekijk het dossier BUITELAAR →De geschiedenis van de naam BUITELAAR
De achternaam Buitelaar vindt zijn oorsprong in het Nederlandse werkwoord "buitelen", wat zoveel betekent als tuimelen, rollen of over de kop gaan. De naam werd oorspronkelijk waarschijnlijk gebruikt als bijnaam voor personen die bekendstonden om hun lichamelijke vaardigheden, zoals acrobaten, koorddansers of kermisartiesten die tuimelacts uitvoerden op jaarmarkten en kermissen. Een andere mogelijke verklaring is dat de naam ontstond als spotnaam voor iemand die vaak struikelde of viel, of die een onhandige manier van lopen had. De uitgang "-laar" is in het Nederlands een gebruikelijke achtervoegselvorm die een beroep, hoedanigheid of persoonskenmerk aanduidt, vergelijkbaar met namen als Timmerlaar of Molenaar, wat de theorie van een beroepsmatige of op gedrag gebaseerde oorsprong ondersteunt.
Geografisch gezien is Buitelaar een typisch Nederlandse achternaam, met een historische concentratie in de provincies Zuid-Holland en Utrecht, waar de naam al sinds de zeventiende en achttiende eeuw in doop-, trouw- en begraafregisters wordt aangetroffen. De