BUIS
„Buis: genoemd naar een buis, koker of blaasinstrument”
Mijn achternaam Buis verwijst mogelijk naar een pijp, een jasje of zelfs een blaasinstrument uit de middeleeuwen!
De betekenis van de achternaam BUIS
Buis is vermoedelijk een bijnaam- of beroepsnaam, afgeleid van het Middelnederlandse woord 'buise' dat zowel een koker/pijp als een bepaald kledingstuk (een kort wambuis of jasje) kon betekenen. Ook kan de naam verwijzen naar iemand die op een buis (een soort trompet of blaasinstrument) speelde, of naar een woonplaats bij een waterleiding of duiker.
Wilt u zien wat er in de registers staat? Het verdiepingsdossier BUIS bevat de akten, de tellingen en de originele registerbladen — met bij elke bewering de bron erbij. €47
Bekijk het dossier BUIS →Vissersschip, buis of kort jasje
Deze naam heeft meer dan één mogelijke herkomst. Hieronder staan ze allebei, met bij elke uitleg hoe zeker die is.
VastgesteldDe achternaam Buis gaat terug op het Middelnederlandse woord 'buise' of 'buse', en dat woord had in de vroegmoderne periode meerdere betekenissen tegelijk. Het kon slaan op een type vissersvaartuig, op een koker of pijp, en op een kort, nauwsluitend bovenkleed dat mannen droegen, vergelijkbaar met een wambuis. Deze woordvormen bestonden naast elkaar in de spreektaal van de vijftiende en zestiende eeuw, en juist die veelzijdigheid maakt dat de achternaam niet uit één enkele bron hoeft te stammen. Wanneer bijnamen in die tijd verhardden tot familienamen, gebeurde dat lokaal en persoonsgebonden, wat verklaart waarom dezelfde klank in verschillende streken een andere oorsprong kan hebben.
Zeer waarschijnlijkDe meest gangbare verklaring koppelt de naam aan de buis als vissersschip: een breed, zwaar gebouwd vaartuig dat vanaf de late middeleeuwen werd gebruikt voor de haringvangst op de Noordzee, met bemanningen die soms wekenlang op zee bleven om te kaken en te zouten. Een man die zo'n schip bezat, voerde of erop werkte, kon in zijn dorp de bijnaam 'de Buis' krijgen, die vervolgens op zijn kinderen overging. Deze uitleg wordt ondersteund doordat de naam van oudsher opvallend vaak voorkomt in de kustprovincies Zuid-Holland en Zeeland, waar de haringvisserij eeuwenlang de economische ruggengraat van tal van dorpen vormde en veel beroeps- en scheepsnamen zijn omgezet in familienamen.
Zeer waarschijnlijkEen tweede, eveneens plausibele lijn ziet in Buis een bijnaam voor iemand die opviel door zijn kleding: het korte jasje of wambuis dat in de late middeleeuwen en vroegmoderne tijd gedragen werd, vaak als bovenstuk bij een broek en kousen. Iemand die dit kledingstuk maakte, verkocht of op een kenmerkende manier droeg, kon ermee worden aangeduid door zijn buren, en die spotnaam of herkenningsnaam werd vervolgens erfelijk. Deze verklaring past goed bij een breder patroon in de Nederlandse naamgeving, waarin kledingstukken, lichaamskenmerken en gewoontes vaak de basis vormden voor bijnamen, en zij verklaart tevens waarom de naam ook voorkomt in streken zonder duidelijke visserijtraditie.
HypotheseEen derde mogelijkheid, minder vaak genoemd maar niet onwaarschijnlijk, is een verband met 'buis' in de betekenis van koker, pijp of geut, zoals gebruikt in ambachten als loodgieterij, pompenmakerij of waterbeheer. Iemand die dergelijke buizen vervaardigde of onderhield, bijvoorbeeld ten behoeve van waterleidingen, molens of brouwerijen, kon eveneens een beroepsbijnaam met deze klank hebben overgehouden. Voor deze route is minder steun te vinden dan voor de scheepvaart- of kledingverklaring, en zij moet vooralsnog gelden als een aanvullende, secundaire mogelijkheid eerder dan als een gelijkwaardig alternatief.
VastgesteldAchternamen zoals Buis werden pas definitief en verplicht vastgelegd na de invoering van de Burgerlijke Stand in 1811 onder het Napoleontische bewind, toen iedere inwoner van de Nederlanden zich bij de gemeente moest laten registreren met een vaste familienaam. Vóór die tijd functioneerde de naam al wel informeel, als bijnaam of als aanduiding binnen een gemeenschap, en werd zij van vader op zoon doorgegeven zonder officiële registratie. Bij de inschrijving in 1811 en de jaren erna hingen de precieze spelling en soms ook de exacte vorm van de naam af van de klerk die de akte opstelde en van de manier waarop de naam plaatselijk werd uitgesproken.
VastgesteldDie afhankelijkheid van lokale uitspraak en ambtelijke willekeur verklaart ook waarom er naast Buis varianten als Buys en Buijs zijn ontstaan, die dezelfde klank weergeven met een andere schrijfwijze van de tweeklank. In het Nederlands wisselden de schrijfwijzen -uis, -uys en -uijs eeuwenlang door elkaar, en pas met de standaardisering van de spelling in de negentiende en twintigste eeuw kristalliseerden gezinnen zich uit rond één vaste vorm. Sommige families kozen bewust voor de oudere ij-schrijfwijze, andere pasten zich aan bij de moderne spelling, waardoor takken van dezelfde oorspronkelijke naam vandaag als verschillende achternamen ogen terwijl zij historisch identiek zijn.
VastgesteldDoor emigratie in de negentiende en twintigste eeuw is de naam Buis, samen met haar varianten, terechtgekomen in landen als de Verenigde Staten, Canada en Zuid-Afrika, waar Nederlandse kolonisten en latere immigranten hun familienamen meenamen. In het Afrikaans is de vorm Buys zelfs een bekende en veelvoorkomende achternaam geworden, met een eigen geschiedenis binnen de Zuid-Afrikaanse samenleving die teruggaat op vroege Nederlandse settlers aan de Kaap. Dit soort verspreiding laat zien hoe een oorspronkelijk regionaal-Nederlandse beroeps- of bijnaam via migratiestromen een internationaal bereik heeft gekregen, zonder dat de kernbetekenis van het woord verloren ging.
Zeer waarschijnlijkDe naam Buis komt vandaag de dag nog altijd in behoorlijke aantallen voor in Nederland, wat er sterk op wijst dat zij niet uit één enkele stamvader is voortgekomen maar op meerdere, onafhankelijke momenten en plaatsen als bijnaam is ontstaan. Dat verklaart ook waarom families met dezelfde achternaam soms geen aantoonbare verwantschap met elkaar hebben: de naam is eerder een verzamelnaam voor losse takken met een vergelijkbare, maar niet identieke, ontstaansgeschiedenis. Deze spreiding over meerdere onafhankelijke oorsprongen is typerend voor Nederlandse beroeps- en bijnamen uit de late middeleeuwen, en maakt genealogisch onderzoek naar één gemeenschappelijke voorouder voor de naam als geheel dan ook weinig kansrijk.