BIEGELAAR
„Naam van de bijenkorvenmaker uit Brabant”
Mijn achternaam komt vermoedelijk van een middeleeuwse bijenkorvenmaker!
De betekenis van de achternaam BIEGELAAR
Biegelaar verwijst waarschijnlijk naar iemand die bijenkorven maakte of bijen hield, afgeleid van het oude woord 'biegel' of 'bikorf' voor een gevlochten bijenkorf. Het is dus een beroepsnaam, ontstaan bij mensen die met bijenteelt hun brood verdienden.
Het familiewapen van BIEGELAAR
„Gehecht aan eigen grond”
Doorsneden van sinopel en goud; in het sinopel een zilveren beugel gebogen als een boog, in het goud een klein drieledig boompje, zodanig geplaatst dat de beugel de boom lijkt te omvatten.
De naam Biegelaar is vermoedelijk ontstaan als herkomstnaam, gevormd uit het woord "beugel" — een gebogen metalen band of klem, gebruikt om iets vast te houden of samen te binden — en het achtervoegsel "-laar", dat in het Nederlands teruggaat op "loh" of "lo": een open plek in een bos, een rooiing waar struikgewas of jonge boomgroei stond. Wie in de late middeleeuwen bekend was als "die van de biegelaar" of "woonachtig bij de beugelse loo" droeg de naam van zijn woonplek mee als eigen kenmerk, zoals destijds gebruikelijk was toen achternamen zich vestigden naar herkomst en omgeving. Zo werd een plaatsaanduiding — een bocht, een omheinde open plek in het bos — voor geslacht na geslacht de naam die de familie droeg en doorgaf.
Het schild is doorsneden van sinopel (groen) en goud, een verdeling die de twee wortels van de naam letterlijk toont: het groene bosgebied van de "-laar" naast het gouden veld van cultuurgrond, de rooiing die uit het woud gewonnen werd. In het groene deel staat een zilveren beugel, gebogen als een boog: de klare verwijzing naar "beugel", het vasthoudende, omsluitende voorwerp waarnaar de familie ooit werd genoemd. In het gouden deel groeit een klein drieledig boompje, teken van de "loh" — de open plek in het bos waar jong groen zich vestigde — en de beugel is zo geplaatst dat hij de boom lijkt te omvatten, als een omarming van grond en groei. Het devies "Gehecht aan eigen grond" vat deze twee elementen samen: de familie die zich hecht, net als de beugel zich om de boom sluit, aan de plek waar haar naam ooit geboren werd.
De geschiedenis van de naam BIEGELAAR
De achternaam Biegelaar is een Nederlandse familienaam waarvan de exacte etymologische oorsprong niet met volledige zekerheid is vastgesteld, maar die vermoedelijk voortkomt uit een combinatie van een stam gerelateerd aan "biegel" of "beugel" met het achtervoegsel "-laar". Dit achtervoegsel komt veelvuldig voor in Nederlandse plaatsnamen en afgeleide achternamen, en verwijst doorgaans naar een open plek in een bos of een gebied begroeid met een bepaald type struikgewas of bomen, afgeleid van het oudere Germaanse woord "loh" of "lo". Namen met deze uitgang, zoals Meulenaar, Zwartelaar of Kesselaar, ontstonden vaak als toponiemen die verwezen naar de directe woonomgeving van een familie, en werden later als achternaam overgenomen toen mensen zich moesten onderscheiden op basis van hun herkomstplaats. De naam Biegelaar zou dan kunnen duiden op afkomst uit een specifieke locatie die bekendstond om een bepaald kenmerk, mogelijk gerelateerd a