VAN ‘T HAAR
„Genoemd naar het bos of struikgewas bij het huis”
Mijn achternaam Van 't Haar verwijst naar een bosrijk plekje waar een voorouder ooit woonde.
De betekenis van de achternaam VAN ‘T HAAR
Van 't Haar is een plaatsnaam-achternaam: 'haar' betekent in oude streektalen zoveel als bosje, struikgewas of hoger gelegen, begroeid land. De naam wijst erop dat een voorouder woonde bij of afkomstig was van een plek die zo heette, vaak een boerderij of buurtschap 'Haar' of 'De Haar'.
Het familiewapen van VAN ‘T HAAR
„Hoog gegrond, diep geworteld”
Doorsneden van sinopel en sabelbruin; uit de voet oprijzend een gouden zandheuvel beplant met een eikenboom van hetzelfde.
De naam Van 't Haar voert terug naar het oude Nederlandse en Nedersaksische woord "haar" of "hare", dat een hoger gelegen, vaak zanderig of bebost stuk land aanduidde temidden van moeras, veen of laaggelegen weiden — een droge plek in een natte wereld. In de oostelijke streken van Nederland, met name Overijssel, Gelderland, Drenthe en Twente, droegen talloze boerderijen en gehuchten deze naam als vanzelfsprekende aanduiding van hun ligging. Toen in 1811-1812 de Burgerlijke Stand werd ingevoerd en iedereen een vaste achternaam moest aannemen, namen de bewoners van zo'n "'t Haar" — het bepaalde, aangewezen hoogteterrein van hun dorp of buurtschap — die plaatsnaam over als familienaam, en droegen daarmee voortaan de herinnering aan hun herkomst letterlijk met zich mee.
Het schild toont een doorsnede van sinopel (groen) boven een donkerder, sabelbruin veld: de twee landschappen die de naam zelf beschrijft, het lagere, vochtige omringende land tegenover de hogere grond. Daaruit rijst de gouden zandheuvel op, gestippeld weergegeven om het droge, zanderige karakter van de "haar" te benadrukken temidden van de nattere omgeving. Op deze heuvel groeit een eikenboom in hetzelfde goud, zinnebeeld van diepe wortels, standvastigheid en generaties die op deze verhoging stand hielden waar anderen moesten wijken voor het water. Boven het schild herhaalt de helmversiering met de gouden graspollen en de jonge eik ditzelfde beeld in het klein, als bevestiging dat wat op de heuvel begon, zich voortzet. De wapenspreuk "Hoog gegrond, diep geworteld" vat de kern van de naam samen: een familie die haar bestaan dankt aan een stukje hogere grond, en van daaruit wortel schoot voor de generaties die volgden.

De geschiedenis van de naam VAN ‘T HAAR
De achternaam "Van 't Haar" behoort tot de categorie van Nederlandse plaatsnaam- of veldnaamgebonden achternamen, waarbij het voorzetsel "van" oorspronkelijk verwees naar de herkomst van een persoon uit een specifieke locatie. Het woord "haar" of "hare" is een oud Nederlands en Nedersaksisch woord dat verwijst naar een hoger gelegen, vaak zandig of bebost terrein binnen een landschap, met name in gebieden die omringd waren door moerassen, veen of laaggelegen weilanden. Deze term komt veelvuldig voor in plaatsnamen in Oost-Nederland, met name in provincies zoals Overijssel, Gelderland, Drenthe en delen van Twente, waar veel boerderijen en gehuchten de naam "Haar" of "'t Haar" droegen. De toevoeging "'t" is een verkorte vorm van "het", wat aangeeft dat het om een specifiek, bepaald stuk hoger gelegen land ging, mogelijk een bekende lokale verhoging of een boerderijnaam binnen een dorp of buurtschap.
Historisch gezien ontstonden achternamen als "Van 't Haar" in de periode dat familienamen in Nederland definitief werden vastgelegd, vooral tijdens de Napoleontische tijd rond 1811-1812, toen de Burgerlijke Stand werd ingevoerd en iedereen verplicht een vaste achternaam moest aannemen. Voor die tijd gebruikten mensen vaak toenamen die verwezen naar hun woonplaats, beroep of afkomst, en de naam "Van 't Haar" duidde dus oorspronkelijk op iemand die woonde op of afkomstig was van een boerderij of nederzetting genaamd "'t Haar". De naam komt tegenwoordig nog relatief geconcentreerd voor in de oostelijke regio's van Nederland, wat de historische geografische wortels bevestigt. Een opmerkelijk kenmerk van deze naam is de variabiliteit in schrijfwijze, zoals "Van het Haar", "Vanthaar" of "Van 't Haar", ontstaan door regionale dialectverschillen en administratieve registratiepraktijken in de negentiende eeuw, wat typisch is voor Nederlandse achternamen met een sterke lokale, agrarische oorsprong.