SPIERING
„Vernoemd naar een visje: de spiering”
Mijn achternaam komt van een visje - blijkbaar stammen wij af van vissers!
De betekenis van de achternaam SPIERING
Spiering is hoogstwaarschijnlijk afgeleid van de vis met dezelfde naam, een klein glinsterend visje dat vroeger in grote hoeveelheden in Nederlandse wateren werd gevangen. De naam werd waarschijnlijk gegeven aan een visser, viskoopman of iemand die om een andere reden met dit visje werd geassocieerd, bijvoorbeeld vanwege zijn magere gestalte.
Het familiewapen van SPIERING
„Klein van vis, groot van naam”
In lazuur en zilver, per fasce gegolfd gedeeld, drie zilveren spieringen rechtopstaand, twee boven en een onder de gegolfde deellijn.
De naam Spiering ontstond in de late middeleeuwen in de Lage Landen, waar de spiering — een klein, slank visje uit de rivieren, kustwateren en de Zuiderzee — een vaste plaats had in het dagelijks bestaan van vissers en handelaars. Wie deze naam als eerste droeg, deed dat waarschijnlijk als beroepsnaam, verbonden aan de vangst of verkoop van deze vis, of als bijnaam vanwege een tengere gestalte. Door de eeuwen heen verspreidde de naam zich van de visserstand naar stedelijke en zelfs patricische kringen in plaatsen als Amsterdam en Dordrecht, een bewijs dat een eenvoudige naam uit het water kon uitgroeien tot een naam van aanzien.
Het schild toont drie zilveren spieringen, rechtopstaand gerangschikt boven en onder een gegolfde deellijn tussen lazuur en zilver: de golvende lijn verbeeldt het water waarin de familie haar naam en bestaan vond, terwijl de vissen zelf — in aantal van drie, een oud getal van volheid en voortbestaan — direct verwijzen naar de spiering die de naam draagt. Lazuur staat voor de rivieren en zeeën van de Lage Landen, zilver voor de zuiverheid van het water en de glans van de vis. Boven het schild rijst uit een gedraaide wrong van lazuur en zilver eenzelfde zilveren spiering als schildhouder van de identiteit, een teken dat wat klein begon nooit zijn oorsprong verloochent. De motto "Klein van vis, groot van naam" vat deze erfenis samen: uit een bescheiden visje in het water groeide een naam die generaties lang standhield en zich verspreidde over steden en landen, van de Zuiderzee tot ver daarbuiten.

De geschiedenis van de naam SPIERING
De achternaam Spiering vindt zijn oorsprong in de Nederlandse en Vlaamse taalgebieden en is afgeleid van het zelfstandig naamwoord "spiering", een kleine visachtige soort (Osmerus eperlanus) die veelvuldig voorkwam in de rivieren, kustwateren en binnenmeren van de Lage Landen. Etymologisch gezien wordt aangenomen dat de naam als bijnaam of beroepsnaam ontstond, mogelijk toegekend aan personen die zich bezighielden met de visvangst, visverkoop of visverwerking, in het bijzonder gerelateerd aan deze specifieke visserij. Ook is het mogelijk dat de naam ontstond als een spotnaam vanwege een lichamelijk kenmerk, zoals een tengere of magere lichaamsbouw, aangezien de spiering bekend staat als een klein en slank visje. Namen die verwijzen naar dieren waren in de middeleeuwen gebruikelijk als toenamen, vaak gebaseerd op associaties met beroep, uiterlijk of karaktereigenschappen van de drager.
Geografisch gezien is de naam Spiering voornamelijk terug te voeren op gebieden in Nederland en Vlaanderen waar de visserij een belangrijke economische activiteit vormde, met name langs de kust, in de deltagebieden van de grote rivieren en rondom binnenwateren zoals de Zuiderzee. Historische bronnen tonen aan dat de familienaam al vanaf de late middeleeuwen voorkwam in stedelijke administraties en kerkelijke registers, wat wijst op een gevestigde aanwezigheid in steden zoals Amsterdam, Dordrecht en diverse Vlaamse handelssteden. Een opmerkelijk kenmerk van de naam is dat er door de eeuwen heen ook adellijke en patricische families de naam Spiering droegen, wat aantoont dat de naam niet uitsluitend verbonden was aan de visserijstand, maar zich verspreidde over verschillende sociale lagen. Tegenwoordig komt de achternaam nog steeds voor in Nederland en België, en door emigratie in de vroegmoderne tijd en later ook in landen zoals de Verenigde Staten en Zuid-Afrika, waar Nederlandse en Vlaamse families zich vestigden.