RUSSCHEN
„Russchen: een naam die klinkt naar ritselend riet of een rosse man”
Mijn achternaam Russchen verwijst mogelijk naar riet, of naar een voorvader met rossig haar!
De betekenis van de achternaam RUSSCHEN
Russchen is vermoedelijk een Nederlands-Duitse variant van namen als 'Rusch' of 'Rus', die teruggaan op het Middelnederduitse woord voor 'bies' of 'riet' (een plek waar riet groeide), of anders op een bijnaam voor iemand met rossig haar. De -en uitgang wijst op een patroniem- of woonplaatsvorm, gangbaar in de grensstreek tussen Nederland en Duitsland.
Het familiewapen van RUSSCHEN
„Geworteld in het moeras”
In sinople, een golvende zilveren dwarsbalk in de voet, waarboven drie gebonden bossen bies van zilver, twee boven en een onder, elk gebonden met een gouden band.
De naam Russchen voert terug naar het Middelnederlandse woord "rusch" of "rus", de bies of rus (Juncus), een plant die welig groeide in de vochtige, laaggelegen streken van het oosten van Nederland. Wie bij zulke plekken woonde, kreeg de plantnaam als bijnaam mee, en via een verdwenen hoeve- of veldnaam als "ten Russchen" — waarbij het voorzetsel in de loop der eeuwen wegviel — werd de naam van de plek de naam van de familie. De typische uitgang "-schen" verraadt de herkomst uit het Nedersaksische taalgebied van Twente, de Achterhoek en het Duitse grensgebied, waar dit soort verbogen plaatsaanduidingen eeuwenlang gangbaar waren voordat de Burgerlijke Stand onder Napoleon de namen definitief vastlegde.
Het schild toont een veld van sinopel, het groen van het vochtige moerasland waarin de familie haar wortels vond. Onderaan golft een zilveren dwarsbalk als het water van de laagte, en daarboven rijzen drie zilveren bossen bies op — de plant die de naam zelf draagt, telkens gebonden met een gouden band als teken van de eenheid en het samenbinden van geslachten door de generaties heen. Op de helm, gedekt met een wrong van sinopel en zilver, herhaalt zich een enkele bos bies: het beeld dat als familie steeds terugkeert, hoe klein ook, standvastig gegroeid op onvaste grond. De spreuk "Geworteld in het moeras" vat dit samen: een familie die, net als de rus in de nattigheid, zich niet liet verdrijven maar juist daar wortel schoot en bleef staan.

De geschiedenis van de naam RUSSCHEN
De achternaam Russchen vindt zijn oorsprong waarschijnlijk in het Middelnederlandse woord "rusch" of "rus", dat verwijst naar de plant bies of rus (Juncus), een moerasplant die veelvuldig voorkwam in vochtige, laaggelegen gebieden. Namen die van plantnamen zijn afgeleid, ontstonden vaak als toponymische aanduidingen: iemand die woonde bij een plek waar rusen groeiden, kreeg deze plantnaam als bijnaam, die later evolueerde tot een vaste achternaam. De uitgang "-schen" is typisch voor namen uit het oosten van Nederland en het aangrenzende Duitse grensgebied, met name in regio's als Twente, de Achterhoek en Westfalen, waar dit soort verbogen vormen van plaatsaanduidingen gebruikelijk waren in de lokale Nederduitse en Nedersaksische dialecten. Mogelijk verwees de naam oorspronkelijk naar een specifieke hoeve, buurtschap of veldnaam genaamd "Russchen" of "ten Russchen", waarbij het voorzetsel "ten" of "van" in de loop der eeuwen wegviel en de plaatsnaam zelf de achternaam werd.
Historisch gezien werden achternamen zoals Russchen pas vanaf de late middeleeuwen gangbaar, en definitief verplicht na de invoering van de Burgerlijke Stand onder Napoleon in het begin van de negentiende eeuw. Voor die tijd gebruikten families vaak patroniemen of verwijzingen naar hun woonplaats, en namen als Russchen dienden om families te onderscheiden binnen kleine gemeenschappen. De naam komt tegenwoordig relatief zelden voor en is geconcentreerd in delen van Overijssel en Gelderland, wat wijst op een sterke regionale verbondenheid met het oosten