PIEPOT
„Piepot: bijnaam naar een piepende (fluitende) pot of ketel”
Mijn achternaam komt van een piepende pot - letterlijk een huisnaam met een fluitketel als uithangbord!
De betekenis van de achternaam PIEPOT
Piepot is waarschijnlijk een bijnaam voor iemand die een pot of ketel maakte, verkocht of gebruikte die 'piepte' - denk aan een fluitende waterketel. Het kan ook simpelweg een huisnaam zijn geweest, ontstaan uit een pand dat 'De Piepot' heette.
Het familiewapen van PIEPOT
„Klein geluid, vaste hand”
In zilver een chief met een roodgekroonde vogel van sabel, bek geopend, wiekend van boven, boven een heuvel van tenné waarop een pot van goud waaruit drie krullen rook of damp opstijgen.
De naam Piepot is een van die zeldzame Nederlandse familienamen die pas laat, bij de invoering van de Burgerlijke Stand onder Napoleon in 1811, officieel werd vastgelegd, toen veel gezinnen een naam kozen of toebedeeld kregen naar hun ambacht, hun woonplaats of een persoonlijk kenmerk. In Piepot klinken twee heel concrete elementen door: "piep", verwant aan het werkwoord piepen — een hoog, doordringend geluid maken — en "pot", een veelvoorkomend achternaamelement dat verwees naar het pottenbakkersambacht of naar een kenmerkend voorwerp in het huishouden. Vermoedelijk ontstond de naam als een levendige, licht ludieke bijnaam voor een voorouder die aardewerk maakte dat piepte bij het bakken of gebruiken, of voor iemand wiens stem of gewoonte de spot van het dorp werd — precies zoals in die tijd wel vaker gebeurde bij het toekennen van namen. Dat zo'n alledaags, huiselijk detail generaties lang is blijven kleven aan een familie, geeft de naam een bijzondere, bijna aandoenlijke duurzaamheid: een klein geluid dat toch is blijven klinken.
Het wapen vertaalt deze twee naamdelen letterlijk in beeld. Bovenaan, op het zilveren schildhoofd, staat de roodgekroonde vogel van sabel met geopende bek: de "piep" zelf, verbeeld als een zingend of roepend dier, symbool van een stem die zich laat horen ondanks haar bescheiden herkomst. Daaronder, op de bruine (tenné) heuvel, rust de gouden pot, waaruit drie sierlijke krullen opstijgen die het geluid van de vogel weerspiegelen — het aardewerk dat piept, het vak dat de naam droeg. De kleur tenné, een aards, warm bruin, verwijst naar de klei en de oven van het pottenbakkersambacht; het zilver van het veld staat voor eerlijkheid en helderheid, passend bij een naam die zonder pretentie is ontstaan. Het gouden kleurenschema van de pot duidt op de waarde die in eenvoudig handwerk schuilt. De wapenspreuk, "Klein geluid, vaste hand", vat de kern van de naam samen: een familie die niet is voortgekomen uit macht of aanzien, maar uit een dagelijks geluid en een dagelijkse vaardigheid — en die daarin, generatie na generatie, haar eigen vaste plaats heeft gevonden. Dit wapen is een nieuw ontworpen familiewapen in de heraldische traditie, geen historisch overgeleverd document, maar een eerbetoon aan een naam die klein begon en toch is blijven klinken.