OTTEMA
„Friese naam voor 'zoon van Otte'”
Mijn achternaam Ottema betekent zoiets als 'zoon van Otte' — puur Friese roots!
De betekenis van de achternaam OTTEMA
Ottema is een Friese patroniem-achtige naam die afstamt van de voornaam Otte (een verkorting van Otto), aangevuld met het Friese achtervoegsel '-ma', dat 'zoon van' of 'afkomstig van' betekent. De naam duidt dus op een nazaat of huisgenoot van iemand die Otte heette.
Het familiewapen van OTTEMA
„Uit Otte's huis, vast in Friesland”
Doorsneden van goud en azuur; in het schildhoofd drie zwarte merels naast elkaar, in de schildvoet een zilveren getrapte gevel op een golvende zilver-azuren grond.
De naam Ottema is een echt Fries patroniem: het is gevormd uit de voornaam "Otte" — een Friese verkorting van de Germaanse naam Otto — aangevuld met het achtervoegsel "-ma", dat verwant is aan het woord "heem" (huis, woonstede) en zoveel betekent als "afkomstig van" of "zoon van". Zo ontstond de betekenis "afkomstig van het huis van Otte", een naamvorm die vanaf de vroegmoderne tijd, en zeker na de verplichte naamvastlegging onder Napoleon in 1811, in heel Friesland gangbaar werd. Geleerden als Jacob Hendrik Ottema en verzamelaars als Nanne Ottema droegen deze naam later de geschiedenis in, maar de kern van de naam blijft ouder en eenvoudiger: een zoon, een huis, een plek waar men vandaan komt.
Het schild is doorsneden van goud en azuur, de klassieke Friese kleurstelling van land en water. In het schildhoofd, op het goud, staan drie zwarte merels naast elkaar: deze vogels verwijzen klinkend naar de voornaam "Otte", waarop de familienaam is gebouwd, en hun drietal staat voor de generaties die de naam hebben gedragen en doorgegeven. In de schildvoet rijst op zilver een getrapte gevel — het "heem" uit -ma, het huis van herkomst dat de naam letterlijk in zich draagt. Deze gevel rust op een golvende, zilver-azuren grond die het Friese land tussen de wateren verbeeldt, de bodem waaruit de naam is voortgekomen. Op de helm herhaalt een enkele zwarte merel als helmteken het thema van de vogels beneden, terwijl het devies "Uit Otte's huis, vast in Friesland" de dubbele oorsprong van de naam — de voorvader Otte en het huis, het heem, waaruit zij spreekt — in enkele woorden samenvat. Dit is een nieuw ontworpen wapen, gegrond in de heraldische traditie en in de ware betekenis van de naam Ottema, niet een historisch overgeleverd familiewapen.
De geschiedenis van de naam OTTEMA
De achternaam Ottema is een typisch Friese familienaam met een duidelijke patroniemische oorsprong. De naam is gevormd uit de voornaam "Otte", een Friese verkorting of variant van de Germaanse naam Otto, aangevuld met de karakteristieke Friese achtervoegsel "-ma". Dit achtervoegsel, dat oorspronkelijk verwant is aan het woord "heem" (huis, woonstede) of duidt op afstamming ("zoon van"), komt veelvuldig voor in Friese achternamen zoals Hiemstra, Sytsma en Boersma. De naam Ottema betekent dus letterlijk zoiets als "afkomstig van (het huis van) Otte" of "zoon van Otte", en weerspiegelt daarmee de traditionele Friese gewoonte om familienamen af te leiden van de voornaam van een voorvader in combinatie met een verwijzing naar afkomst of woonplaats.
De geografische oorsprong van de naam ligt onmiskenbaar in Friesland, waar dit type namen vanaf de vroegmoderne tijd, en met name na de invoering van de verplichte achternaam onder Napoleon in 1811, wijdverspreid werden vastgelegd. Historisch gezien is de familie Ottema vooral bekend geworden door Jacob Hendrik Ottema (1804-1879), een Fries geleerde en archivaris die naam maakte als (omstreden) vertaler en uitgever van het zogenaamde Oera Linda-boek. Ook Nanne Ottema (1874-1955), een notaris en kunstverzamelaar uit Leeuwarden, heeft de naam bekendheid gegeven; hij was medeoprichter