NOLLÉ
„Nollé: een liefkozende bijnaam voor Nicolaas”
Mijn achternaam Nollé komt vermoedelijk van een middeleeuwse koosnaam voor Nicolaas!
De betekenis van de achternaam NOLLÉ
Nollé is vermoedelijk een verkorte, koosnaamachtige vorm van Nicolaas (via 'Nol' of 'Nolle'), een populaire voornaam in de late middeleeuwen. De achtervoeging '-é' wijst op Franse of Waalse invloed in de spelling.
Het familiewapen van NOLLÉ
„Uit kleine wortel, groot geslacht”
Per pale van goud en azuur, in het azuur een zespuntige ster van zilver, in het goud een geharnaste arm van natuurlijke kleur, houdende een gevest zwaard van zilver, vergezeld van een twijg hulst van sinopel.
De naam Nollé draagt de sporen van eeuwenoude taalgrenzen in zich: ontstaan in het gebied waar het Frans en het Germaans elkaar raakten, in de streken tussen België, Noord-Frankrijk en het Rijnland. Vermoedelijk is de naam een koosvorm van "Nicolas" of het Germaanse "Arnold", ingekort tot "Nol" of "Nolle" en aangevuld met het patronieme achtervoegsel "-é", zoals gebruikelijk was toen achternamen vanaf de late middeleeuwen verplicht werden voor de burgerlijke en kerkelijke administratie. Even aannemelijk is een band met "Noël", het Franse woord voor Kerstmis, gegeven aan kinderen die rond die tijd van het jaar geboren werden — een naam die letterlijk een geboortemoment vastlegt en doorgeeft aan het nageslacht. Zo verenigt de naam Nollé twee sporen: afstamming van een voorvader met een eigen naam, en een geboorte die samenviel met het feest van licht in de duisternis.
Het schild is verdeeld in twee gelijke helften, goud en azuur, als beeld van deze dubbele oorsprong: de gouden helft voor de aardse, werkzame afkomst uit landbouw en ambacht die de vroege dragers van de naam kenmerkte, de azuren helft voor het hemelse feest van Kerstmis dat in de naam weerklinkt. In het azuur staat de zespuntige ster van zilver: de kerststerbeeld, symbool van de geboorte waaraan de naam Noël wordt toegeschreven, en tegelijk het licht dat een familie door de generaties heen de weg wijst. In het goud houdt een geharnaste arm een zwaard van zilver vast, vergezeld van een twijg hulst van sinopel: de arm staat voor de kracht en volharding van de voorvader Arnold — wiens naam letterlijk "sterk als een arend" betekende — en de hulst, groen in de winter, verwijst naar het leven dat voortduurt ook in het kille seizoen waarin de naam wellicht ontstond. Het devies "Uit kleine wortel, groot geslacht" vat samen hoe een eenvoudige koosnaam, ontstaan in een grensstreek en een grenstijd, is uitgegroeid tot een geslacht met een eigen, herkenbaar wapen.