KNOL
„Knol: bijnaam naar de stevige, ronde knolvorm”
Mijn achternaam Knol verwijst waarschijnlijk naar een stevig postuur of een knollenteler!
De betekenis van de achternaam KNOL
Knol is oorspronkelijk een bijnaam, afgeleid van het woord 'knol' zoals in een raap of biet. Het werd waarschijnlijk gegeven aan iemand met een stevig, gedrongen postuur of mogelijk aan een knollenteler of -handelaar.
Wilt u zien wat er in de registers staat? Het verdiepingsdossier KNOL bevat de akten, de tellingen en de originele registerbladen — met bij elke bewering de bron erbij. €47
Bekijk het dossier KNOL →Van knolgewas of gedrongen gestalte
Deze naam heeft meer dan één mogelijke herkomst. Hieronder staan ze allebei, met bij elke uitleg hoe zeker die is.
VastgesteldHet woord 'knol' bestaat al eeuwenlang in het Nederlands en duidt oorspronkelijk op een verdikt, rond gedeelte van een plant onder de grond, zoals bij de raap, de aardappel, de biet of de knolraap. Het zelfstandig naamwoord gaat terug op een Germaanse stam die 'ronde klomp' of 'bol ding' betekende, verwant aan woorden als 'knot' en 'knul' die eveneens iets gedrongens of samengeperkts aanduiden. In de middeleeuwse en vroegmoderne landbouw waren knolgewassen van groot belang als wintervoedsel voor mens en dier, en het woord was dagelijkse kost in agrarische gemeenschappen. Deze vaststelling over de woordbetekenis is taalkundig onomstreden.
VastgesteldAchternamen die uit gewone zelfstandige naamwoorden zijn ontstaan, kregen hun vaste vorm doorgaans pas in de zestiende tot achttiende eeuw, toen bijnamen die generaties lang aan een familie kleefden geleidelijk overgingen in erfelijke geslachtsnamen. Vóór de invoering van de burgerlijke stand in 1811, en de daaruit voortvloeiende verplichte naamvaststelling onder Napoleon, gebruikten families in met name de noordelijke en oostelijke gewesten van Nederland vaak nog patroniemen naast een vaste bijnaam. Voor sommige Knol-families zal de definitieve vastlegging van de naam pas in die napoleontische periode zijn gebeurd, terwijl andere takken de naam al veel eerder als vaste familienaam droegen. Dit beeld van geleidelijke verstarring van bijnaam tot achternaam is een algemeen aanvaard gegeven binnen de Nederlandse naamkunde.
Zeer waarschijnlijkDe meest voor de hand liggende verklaring is dat de naam Knol oorspronkelijk een beroeps- of herkomstachtige bijnaam was voor iemand die knollen verbouwde, verhandelde of op een markt verkocht. In een tijd waarin landbouwproducten letterlijk het aanzien van iemands werk en levensonderhoud bepaalden, was het volstrekt gangbaar om een boer of tuinder te vernoemen naar het gewas waarmee hij vooral bekend stond, vergelijkbaar met namen als Rogge, Boon of Erwee. Wie op de zandgronden van Drenthe, Overijssel of Groningen knollen op zijn akker had staan, of ermee te koop liep op de weekmarkt, kon door dorpsgenoten simpelweg 'de Knol' worden genoemd, een aanduiding die zich vervolgens vastzette op zijn nakomelingen. Deze verklaring is goed te rijmen met het overwegend agrarische karakter van de streken waar de naam van oudsher veel voorkomt.
HypotheseDaarnaast bestaat een tweede, minstens even aannemelijke verklaring, namelijk dat 'knol' als bijnaam werd gebruikt voor een persoon met een opvallend gedrongen, stevige of gezette lichaamsbouw. Het woord had in het vroegmodern Nederlands, net als tegenwoordig nog in uitdrukkingen, een figuurlijke betekenis van iets kort en dik, en die overdrachtelijke betekenis leende zich uitstekend voor een spotachtige of beschrijvende bijnaam voor een fors gebouwde man. Zulke lichamelijke bijnamen waren in de late middeleeuwen zeer gangbaar, denk aan namen als Kort, Dikman of Grote, en ze ontstonden vaak in dezelfde dorpsgemeenschappen waar ook plantnamen als bijnaam dienden. Omdat beide verklaringen taalkundig even goed passen bij het woord knol, valt met de huidige kennis niet vast te stellen welke van de twee voor een specifieke familie Knol de werkelijke oorsprong vormt.
Zeer waarschijnlijkHet is denkbaar, en voor de naamkunde zelfs waarschijnlijk, dat de naam Knol niet uit één enkele oorsprong is voortgekomen maar onafhankelijk van elkaar op meerdere plaatsen in Nederland is ontstaan, telkens opnieuw als bijnaam bij een boer met knollen op het land of bij een gedrongen dorpsbewoner. Dit verschijnsel, waarbij dezelfde simpele, herkenbare bijnaam op verschillende locaties spontaan ontstaat zonder onderlinge verwantschap tussen de dragers, is bij veel Nederlandse achternamen die uit alledaagse woorden zijn afgeleid goed gedocumenteerd. Voor Knol-families die vandaag de dag geen aantoonbare gemeenschappelijke stamvader delen, is dit een plausibele verklaring voor het feit dat de naam in verschillende noordelijke en oostelijke regio's min of meer gelijktijdig opduikt.
Zeer waarschijnlijkDat de naam zich vooral in Groningen, Friesland, Drenthe en Overijssel heeft gevestigd en verspreid, hangt samen met het sterk agrarische karakter van deze provincies, waar de teelt van knolgewassen als aardappelen, bieten en knolrapen eeuwenlang een belangrijke plaats innam in de bedrijfsvoering van kleine en middelgrote boerderijen. In kerkregisters en belastingaktes uit de zeventiende en achttiende eeuw duikt de naam met enige regelmaat op in juist deze streken, wat wijst op een langdurige, plaatsgebonden continuïteit van bepaalde familietakken. Vanuit dit kerngebied verspreidde de naam zich later door binnenlandse migratie naar andere delen van Nederland, en vanaf de negentiende eeuw ook door emigratie naar de Verenigde Staten en Canada, waar Nederlandse landverhuizers zich vaak in agrarische gemeenschappen vestigden en hun familienaam meenamen.
VastgesteldWat de spelling betreft is Knol door de eeuwen heen opmerkelijk stabiel gebleven vergeleken met veel andere Nederlandse achternamen, wat verklaarbaar is doordat het onderliggende woord kort en fonetisch eenduidig is en zich niet snel leent voor uiteenlopende schrijfwijzen. Toch zijn in oudere archiefstukken wel varianten als Cnol of Knollen aan te treffen, ontstaan doordat klerken en predikanten namen naar gehoor optekenden voordat een uniforme spelling gangbaar werd; de c-schrijfwijze weerspiegelt een oudere Nederlandse spellingsconventie waarbij de k-klank vaak met een c werd weergegeven. Na de invoering van de burgerlijke stand werd de schrijfwijze binnen families doorgaans bevroren, waardoor latere varianten grotendeels verdwenen en Knol de dominante vorm werd.
Zeer waarschijnlijkDe relatieve frequentie waarmee de naam Knol tegenwoordig in Nederland voorkomt, wijst erop dat de naam niet van één enkele stamvader afkomstig is maar uit meerdere, van elkaar onafhankelijke families is voortgekomen die zich elk apart deze bijnaam zagen toegemeten. Dit is typerend voor achternamen die zijn afgeleid van veelvoorkomende alledaagse woorden uit de landbouw, in tegenstelling tot zeldzamere namen die vaak wél tot één herkenbare oorsprong zijn te herleiden. Voor de huidige dragers van de naam betekent dit dat zij weliswaar een gedeelde taalkundige oorsprong hebben, maar dat de kans klein is dat alle Knol-families in Nederland van elkaar afstammen; de naam is eerder een verzameling van parallelle familiegeschiedenissen dan één enkele stamboom.