KNARREN
„Knarren: van een knoestige, knorrige bijnaam”
Mijn achternaam Knarren komt van een oud woord voor een knoestige boomstronk – of een stugge oude man!
De betekenis van de achternaam KNARREN
Knarren is vermoedelijk afgeleid van 'knar', een oud woord voor een knoestige boomstronk of -knoop, maar ook gebruikt als bijnaam voor een stugge, knorrige of oudere man. Het was oorspronkelijk een bijnaam die later als achternaam is blijven hangen.
Wilt u zien wat er in de registers staat? Het verdiepingsdossier KNARREN bevat de akten, de tellingen en de originele registerbladen — met bij elke bewering de bron erbij. €47
Bekijk het dossier KNARREN →Herkomst van de naam Knarren
Deze naam heeft meer dan één mogelijke herkomst. Hieronder staan ze allebei, met bij elke uitleg hoe zeker die is.
VastgesteldDe achternaam Knarren behoort tot de categorie streekgebonden Nederlandse familienamen die vrijwel uitsluitend voorkomen in het oosten van het land, met name in Twente, de Achterhoek en delen van Overijssel en Gelderland. Dit verspreidingspatroon is op zichzelf al veelzeggend: het duidt erop dat de naam niet als algemeen Nederlands begrip is ontstaan, maar in een streektaalcontext, vermoedelijk het Nedersaksisch dat in dit gebied van oudsher wordt gesproken. Namen met een dergelijke geografische concentratie wijzen vaak op een beperkt aantal oorspronkelijke stamvaders of families, waarvan de nakomelingen zich pas in latere eeuwen verder over het land hebben verspreid.
Zeer waarschijnlijkEen eerste mogelijke verklaring zoekt de oorsprong in het Nedersaksische en Middelnederlandse woord knar of knarre, dat verwees naar een harde, verweerde boomknoest, een kwastige tak of een verdroogd en stug stuk hout. In het streektaalgebruik van Twente en de Achterhoek kon knar ook figuurlijk worden toegepast op een oude, stugge of gerimpelde man, vergelijkbaar met het huidige woord knar dat in sommige dialecten nog voor een oudere, wat knorrige persoon wordt gebruikt. Als bijnaam voor een pezige, taaie of eigenzinnige man kan knar zich hebben ontwikkeld tot een achternaam, waarbij de meervoudsvorm Knarren dan zou duiden op de familie of het nageslacht van iemand die zo werd aangeduid.
HypotheseEen tweede, minstens even plausibele verklaring loopt via de plaatsnaamkundige weg. In het oosten van Nederland zijn familienamen zeer vaak afgeleid van de naam van de boerderij, het erf of het landgoed waarop een familie woonde en werkte, een gebruik dat samenhangt met het oude Saksische erfrecht waarbij de boerderijnaam belangrijker was dan de persoonsnaam. Er zijn in het Twents-Achterhoekse gebied erfnamen bekend met een op knar of knarre gelijkende klank, vaak verwijzend naar een plek met kwastig, kort en hard hout of naar een terreinaanduiding met knoestige begroeiing. Wie op zo'n erf woonde, ging naar de plek heten, en die naam werd vervolgens overgenomen als achternaam toen de burgerlijke stand in 1811 werd ingevoerd.
HypotheseBeide verklaringen sluiten elkaar overigens niet noodzakelijk uit: een erf kon zijn naam juist ontlenen aan een kenmerkende oude, knoestige boom op het land, of aan de bijnaam van een eerdere bewoner die als knar werd omschreven, waarna dezelfde naam vervolgens weer als persoonsnaam ging functioneren. Dit soort wisselwerking tussen persoonsbijnaam en plaatsnaam is in de Nedersaksische naamgeving geen uitzondering maar eerder regel, en het maakt dat voor een naam als Knarren zelden met zekerheid is vast te stellen welke van de twee routes precies is gevolgd zonder archiefonderzoek naar de specifieke familietak.
VastgesteldHet ontstaan van Knarren als erfelijke geslachtsnaam moet worden gezien tegen de achtergrond van de algemene ontwikkeling van achternamen op het Nederlandse platteland, waarbij bijnamen en plaatsaanduidingen vanaf de late middeleeuwen en vroegmoderne tijd geleidelijk vast werden en van vader op kind overgingen. In de oostelijke provincies gebeurde dit proces vaak later en trager dan in de steden van het westen, en de definitieve fixatie van namen kwam pas echt tot stand met de invoering van de Napoleontische burgerlijke stand, toen iedere inwoner verplicht een vaste achternaam moest laten registreren. Voor veel Twentse en Achterhoekse families betekende dit simpelweg het vastleggen van een naam die in de streek al generaties lang mondeling in gebruik was.
HypotheseWat betreft de mensen die de naam oorspronkelijk droegen, moet men denken aan boeren en keuterboeren op de zandgronden van Twente en de Achterhoek, mensen wier bestaan bepaald werd door schrale grond, heidevelden, eikenhakhout en de zware arbeid van ontginning. Het rooien en kappen van knoestig, hard hout voor gebruik als brandhout of gereedschapssteel was een dagelijkse bezigheid op zulke erven, en het is heel voorstelbaar dat zowel een kenmerkend stuk land als een kenmerkende, taaie man in die wereld de bijnaam knar meekreeg. De naam ademt zo de sfeer van een hard, sober bestaan op de arme zandgronden, ver van de rijkere kleigebieden.
Zeer waarschijnlijkWat de spelling betreft is de dubbele r en de eind-en in Knarren typerend voor de manier waarop veel Nedersaksische familienamen zijn vastgelegd door klerken en ambtenaren die de streektaaluitspraak fonetisch omzetten naar het Nederlands van de burgerlijke stand, zonder dat er een uniforme schrijfwijze bestond. Dit verklaart ook waarom in oude archiefstukken varianten met één r, met een tussenklinker of met andere naamvalsuitgangen kunnen opduiken, terwijl deze varianten door de eeuwen heen naar elkaar toe zijn gegroeid of juist uiteen zijn gaan lopen tot afzonderlijke familienamen. De huidige, betrekkelijk beperkte verspreiding van Knarren in Nederland wijst erop dat de naam vermoedelijk teruggaat op een klein aantal, mogelijk zelfs één enkele oorspronkelijke familie of erf, van waaruit latere generaties zich geleidelijk hebben verspreid.