KASTELEIN
„Kastelein: de naam van de kasteelbeheerder”
Mijn achternaam betekent letterlijk 'kasteelheer' – blijkbaar zaten er vroeger burchtbeheerders in de familie!
De betekenis van de achternaam KASTELEIN
Kastelein betekent letterlijk 'kasteelheer' of 'beheerder/uitbater van een kasteel of versterkt huis'. Later verschoof de betekenis in het Nederlands ook naar 'herbergier of waard', omdat kastelein-achtige functies vaak samengingen met het runnen van een verblijfplaats.
Het familiewapen van KASTELEIN
„Trouw bewaakt, wel bewaard”
In zilver een rode kasteeltoren van gekanteeld metselwerk met open poort, staande op een grondvlak van grijs steenwerk, vergezeld van twee gekruiste zilveren sleutels onder de poort.
De naam Kastelein gaat terug op het middeleeuwse woord "castelein", dat via het Oudfranse "castelain" en het Latijnse "castellanus" is afgeleid van "castellum": kasteel of vestingwerk. Wie deze naam droeg, was oorspronkelijk de slotvoogd: de vertrouwensman die namens de adel toezicht hield op een kasteel of versterkte woning en de bezittingen die daarbij hoorden. Later verschoof de betekenis naar de herbergier, de uitbater die zijn gasten onder zijn dak beschermde en verzorgde — twee ambten die beide draaiden om beheer, gastheerschap en verantwoordelijkheid. Vooral in Zuid-Holland, Noord-Holland en Utrecht, streken rijk aan kastelen en versterkte huizen, ontstond de naam als beroepsaanduiding, lang voordat de Burgerlijke Stand onder Napoleon haar definitief vastlegde als erfelijke familienaam.
Het wapen verbeeldt dit erfgoed zonder omwegen. De rode kasteeltoren (keel) met gekanteelde borstwering en open poort staat voor het kasteel zelf en voor de plicht van de slotvoogd om het te bewaken en open te stellen voor wie er recht op had — een verwijzing die tegelijk het latere gastheerschap van de herbergier oproept. Het zilveren veld (argent) staat voor eerlijkheid en betrouwbaarheid, de kernwaarden van een ambt dat volledig op vertrouwen berustte. Het grondvlak van grijs steenwerk verbeeldt het fundament waarop dat vertrouwen letterlijk en figuurlijk gebouwd was. De twee gekruiste zilveren sleutels onder de poort zijn het teken van de sleutelbewaarder: degene aan wie toegang en bezit waren toevertrouwd. De helmversiering herhaalt toren en sleutels in het klein, als bevestiging dat dit familiewapen generatie na generatie dezelfde boodschap draagt. De spreuk "Trouw bewaakt, wel bewaard" vat de kern van de naam samen: wat aan de kastelein werd toevertrouwd, werd met trouw bewaakt en is daardoor goed bewaard gebleven — tot op de dag van vandaag.