JANZEN
„Zoon van Jan – een patroniem met Mennonitische geschiedenis”
Mijn achternaam betekent gewoon 'zoon van Jan' – maar wat een reis heeft die naam gemaakt!
De betekenis van de achternaam JANZEN
Janzen betekent letterlijk 'zoon van Jan', een patroniem gevormd op de veelvoorkomende voornaam Jan (Johannes). De naam kreeg zijn karakteristieke -zen-uitgang via het Nederlands-Nederduitse taalgebied, vooral onder Mennonieten die van Nederland via Pruisen naar Rusland trokken.
Het familiewapen van JANZEN
„Genadig en standvastig”
In azure een golvende zilveren dwarsbalk, vergezeld boven van drie gouden schrijdende lammeren en beneden van een gouden zespuntige ster.
De naam Janzen is een patroniem: zij betekent letterlijk 'zoon van Jan', waarbij Jan zelf een verkorting is van Johannes, 'God is genadig'. Deze naamvorm ontstond in de Lage Landen en Friesland in een tijd dat vaste achternamen nog geen wettelijke verplichting waren, en verspreidde zich vooral onder de mennonieten, een geloofsgemeenschap die in de zestiende eeuw ontstond en door vervolging uitweek naar Pruisen, Rusland en uiteindelijk Noord- en Zuid-Amerika. In elke generatie die de naam droeg, van de Friese en Groningse boerenerven tot de kolonies aan de Molotschna en Chortitza en de nieuwe gemeenschappen in Canada en Paraguay, bleef de kern van de naam ongewijzigd: men was en bleef 'zoon van Jan', drager van een genade die groter was dan de afstand die men aflegde.
Het schild toont in azuur, de kleur van trouw en van de wijde wateren die de familie tijdens haar omzwervingen moest oversteken, een golvende zilveren dwarsbalk: deze verbeeldt de zee en de rivieren van de mennonitische migratieroute, van de Lage Landen naar Pruisen, Rusland en de nieuwe wereld, en tegelijk de doop door water die in de mennonitische traditie zo centraal staat. Daarboven schrijden drie gouden lammeren, verwijzend naar het Lam Gods en daarmee rechtstreeks naar de betekenis van Johannes, 'God is genadig' — de naam waaruit Jan, en dus Janzen, is voortgekomen; het drietal staat voor de generaties die de naam steeds opnieuw hebben doorgegeven. Onder de balk staat een gouden zespuntige ster, symbool van het licht dat richting gaf tijdens de lange tocht van vervolgde gemeenschappen naar veiliger grond. De spreuk 'Genadig en standvastig' vat de naam en haar geschiedenis samen: genadig naar de betekenis van Johannes, standvastig naar het geloof en de volharding die de familie Janzen door eeuwen van verplaatsing heeft gedragen.
De geschiedenis van de naam JANZEN
De achternaam Janzen vindt haar oorsprong in de Nederlandse en Friese naamgevingstraditie en is een patroniem, wat betekent dat de naam is afgeleid van de voornaam van de vader. De naam is een verbastering van "Jan's zoon" of "Jan zijn zoon", waarbij "Jan" een van de meest voorkomende voornamen was in de Lage Landen, zelf weer een verkorting van Johannes. Deze vorm van naamgeving was gebruikelijk in Nederland, Friesland en delen van Duitsland voordat vaste achternamen wettelijk verplicht werden, wat in Nederland grotendeels gebeurde na de invoering van de Burgerlijke Stand onder Napoleon in 1811. De naam Janzen komt veel voor in Noord-Nederland, met name in Friesland en Groningen, maar verspreidde zich ook naar Duitsland, waar varianten als "Jansen" en "Janßen" ontstonden, vooral in de noordelijke, aan Nederland grenzende regio's.
Historisch gezien verkreeg de naam Janzen bijzondere betekenis door haar verspreiding onder de Mennonieten, een religieuze gemeenschap die in de zestiende eeuw ontstond in de Lage Landen en later door vervolging migreerde naar Pruisen, Rusland (met name naar de Molotschna- en Chortitza-koloniën in Oekraïne) en uiteindelijk naar Noord- en Zuid-Amerika, vooral Canada, de Verenigde Staten en Paraguay. Door deze migratiegeschiedenis is de naam Janzen sterk verbonden met de mennonitische diaspora en komt hij tegenwoordig veelvuldig voor onder gemeenschappen met Nederlands-Duitse Mennonitische wortels in landen als Canada, de Verenigde Staten, Mexico en Paraguay. Opmerkelijk is dat de naam door deze migraties en de daarmee gepaard gaande taalveranderingen soms is verbasterd tot spellingsvarianten zoals "Jantzen", terwijl de kernbetekenis als patroniem van Jan behouden bleef.