JACOBS
„Zoon van Jacob — een van Europa's populairste patroniemen”
Mijn achternaam Jacobs betekent gewoon 'zoon van Jacob' — eeuwenoude familiegeschiedenis in twee woorden!
De betekenis van de achternaam JACOBS
Jacobs betekent letterlijk 'zoon van Jacob'. Het is ontstaan doordat mensen werden aangeduid naar de voornaam van hun vader, een gewoonte die eeuwenlang gangbaar was in de Lage Landen.
Het familiewapen van JACOBS
„Zoon van de tocht”
Doorsneden van azuur en goud; in het bovenste veld drie gouden Sint-Jakobsschelpen (2 en 1), in het benedenste veld een zwarte pelgrimsstaf met kalebas, alles staande op het goud.
De naam Jacobs is een patroniem: letterlijk "zoon van Jacob", ontstaan in de Lage Landen tussen de veertiende en zeventiende eeuw, toen een vader zijn voornaam doorgaf aan zijn kinderen door er een "-s" achter te plakken. Achter die eenvoudige toevoeging schuilt de bijbelse aartsvader Jacob uit het Oude Testament, wiens naam via het Hebreeuwse "Ya'akov" door heel christelijk Europa verspreidde als doopnaam. In de Rijn- en Maasvallei, waar de naam Jacobs tot op vandaag dicht gezaaid is in Vlaanderen, Noord-Brabant en Limburg, werd hij gedragen door talloze zonen die nooit wisten hoezeer hun naam een pelgrimsverhaal in zich droeg — want Jacobus, de apostel die naar dezelfde aartsvader vernoemd is, werd de beschermheilige van de pelgrims naar Santiago de Compostela, en zijn attribuut, de schelp, groeide uit tot een symbool dat onlosmakelijk met de naam Jacob verbonden raakte.
Dit nieuw ontworpen wapen verbeeldt die dubbele erfenis. De drie gouden Sint-Jakobsschelpen (Or op azuur) in het bovenste veld verwijzen rechtstreeks naar de apostel Jacobus en daarmee naar de naam zelf: canting arms in de zuiverste zin, want de schelp draagt de naam letterlijk mee door de geschiedenis. Het azuur staat voor trouw en standvastigheid, de deugden van wie een lange tocht volbrengt. In het benedenste veld staat de zwarte pelgrimsstaf met kalebas op het goud: het werktuig van de pelgrim, het teken van een weg die van vader op zoon werd doorgegeven, precies zoals de naam Jacobs van geslacht op geslacht werd doorgegeven. Het goud symboliseert de waarde en waardigheid van die overgeleverde naam, terwijl zwart de vastberadenheid uitdrukt waarmee de tocht wordt volbracht. De wapenspreuk "Zoon van de tocht" verenigt tot slot de betekenis van het patroniem — zoon van Jacob — met het beeld van de pelgrimstocht die zijn attributen aan dit wapen gaf.