GIELKENS
„Zoon van Gielis: een middeleeuwse vernoeming naar Gillis”
Mijn achternaam betekent letterlijk 'zoontje van Gillis' – een eeuwenoude vernoeming naar een heilige!
De betekenis van de achternaam GIELKENS
Gielkens is een patroniem en betekent zoiets als 'kleine zoon van Giel(is)'. Giel(is) was een middeleeuwse verkorting van de voornaam Gillis (Egidius), en de toevoeging -kens is een verkleinvorm die 'zoontje van' aanduidt.
Het familiewapen van GIELKENS
„Klein begonnen, trouw gebleven”
In azuur een zilveren hinde, staande op een groene heuvel in de voet, doorboord door een gouden pijl, met een zilveren bisschopsstaf schuinliggend achter haar, vergezeld van drie zilveren geitenkopjes in het schildhoofd.
De naam Gielkens gaat terug op de middeleeuwse verering van Sint-Gillis, in het Latijn Aegidius genoemd — een naam die via het Grieks "aigidion" verwant is aan "aix", het woord voor geitenhuid. Sint-Gillis, een kluizenaarheilige uit de zesde of zevende eeuw, werd in Zuid-Frankrijk en later in de Lage Landen vereerd als beschermheilige van herders en bedelaars; volgens de legende werd hij in de wildernis gevoed en beschermd door een hinde. Uit de populaire voornaam Gillis ontstond met het verkleinwoordsuffix "-ken" en de latere genitief-s de vorm Gielkens, letterlijk "zoon van kleine Gillis" — een naam die vooral in Limburg en Noord-Brabant wortelde, waar doop- en schepenregisters in de zestiende tot achttiende eeuw deze patroniemen definitief vastlegden.
Het schild draagt daarom de zilveren hinde, rechtstreeks verwijzend naar het dier dat volgens de overlevering Sint-Gillis in zijn ballingschap voedde en dat hem uiteindelijk aan de jagers verraadde toen het door een pijl werd getroffen — vandaar de gouden pijl die haar doorboort, een teken van het offer en de kwetsbaarheid die met de heilige verbonden zijn. De zilveren bisschopsstaf achter de hinde eert de kerkelijke waardigheid die Sint-Gillis later verwierf als abt, terwijl de drie zilveren geitenkopjes in het schildhoofd rechtstreeks teruggrijpen op de oorspronkelijke betekenis van Aegidius, "geitenhuid", en zo de etymologische kern van de naam zichtbaar maken. Het azuur van het veld staat voor trouw en toewijding, de groene heuvel in de voet verbeeldt de landbouwersgemeenschappen van Limburg en Brabant waarin de familie eeuwenlang wortelde, en de motto "Klein begonnen, trouw gebleven" verwijst zowel naar het verkleinwoord in de naam zelf als naar de bescheiden, standvastige oorsprong van elk geslacht dat deze naam draagt.

De geschiedenis van de naam GIELKENS
De achternaam Gielkens is een patroniem dat is afgeleid van de voornaam Gillis, een Nederlandse variant van Aegidius, welke naam via het Grieks (Aigidion, verwant aan "aix" voor geitenhuid) zijn oorsprong vindt. Gillis was in de middeleeuwen een populaire voornaam, mede door de verering van Sint-Gillis (Sint-Egidius), een heilige uit de zesde of zevende eeuw die vooral in Zuid-Frankrijk en later in de Lage Landen werd vereerd als beschermheilige van onder meer bedelaars en herders. Door toevoeging van het verkleinwoord- of patroniemsuffix "-ken" en later de genitief-s ("-kens") ontstond de betekenis "zoon van kleine Gillis" of "zoon van Gillis' kind". Dit type naamvorming, waarbij een verkleinvorm van een voornaam wordt gecombineerd met een bezitsuitgang, was in de middeleeuwen en vroegmoderne tijd zeer gebruikelijk in de Nederlanden, met name in Brabant en Limburg, waar dergelijke patroniemen als vaste familienamen werden vastgelegd toen burgerlijke registratie in de zestiende tot achttiende eeuw geleidelijk werd ingevoerd.
Geografisch gezien is de naam Gielkens vooral geconcentreerd in Nederlands- en Belgisch-Limburg, alsook in Noord-Brabant, gebieden die van oudsher een sterke devotie tot Sint-Gillis kenden en waar de naam Gillis en zijn afleidingen veelvuldig voorkwamen in doop- en schepenregisters. De naam kent verschillende schrijfwijzen en varianten, zoals Gielen, Gilissen, Gielkes en Gilkens, die alle teruggaan op dezelfde oorspronkelijke voornaam maar in de loop der eeuwen door regionale uitspraakverschillen en inconsistente spelling uiteenliepen. Families met de naam Gielkens waren historisch vaak werkzaam als landbouwers, ambachtslieden of handelaars in kleine dorpsgemeenschappen, en de naam verspreidde zich later, mede door migratie in de negentiende en twintigste eeuw naar stedelijke centra en zelfs naar het buitenland, met name naar de Verenigde Staten en Australië, waar Nederlandse en Belgische emigranten hun familienamen meenamen. Tegenwoordig wordt Gielkens beschouwd als een kenmerkend Zuid-Nederlandse en Vlaamse achternaam met een duidelijke wortel in de middeleeuwse heiligenverering en de daaruit voortvloeiende naamgevingstradities.