FRENAY
„Vernoemd naar een plek waar essen groeiden”
Mijn achternaam Frenay betekent zoveel als 'bewoner van het essenbos' — puur natuur dus!
De betekenis van de achternaam FRENAY
Frenay is een plaatsnaam-achternaam: hij verwijst naar iemand die afkomstig was uit een plaats genaamd Frenay of Fresnay, wat zoveel betekent als 'essenbos' of 'plek met essen'. De naam gaat terug op het Latijnse 'fraxinetum', een bosje van essenbomen.
Het familiewapen van FRENAY
„Geworteld, groeiend, standvastig”
In sinopel drie gouden essenbladeren, twee boven een, geplaatst op een schild gedekt door een stalen toernooihelm met wrong en dekkleden van sinopel en goud, gedekt door een opgroeiende gouden en groene essenboom als helmteken.
De naam Frenay ontstond in de middeleeuwen in Frankrijk en het huidige België, als een zogeheten toponymische naam: een familienaam ontleend aan de plek waar men woonde. Zij komt van het Oudfranse "fresne" of "fraisne", het woord voor de essenboom, en duidde oorspronkelijk een woonplaats aan nabij een essenbos of een groep essen — een landschapskenmerk dat in Normandië en Noord-Frankrijk zo kenmerkend was dat het meerdere plaatsen en, in hun kielzog, meerdere families haar naam gaf. Wie Frenay heette, was letterlijk "die van bij de essen": een boer, houtbewerker of plaatselijk bestuurder wiens identiteit vergroeid was met een stuk grond en de bomen die daarop stonden. Via migratie en handel verspreidde de naam zich naar de Nederlanden, waar zij in vormen als Frénay en Fresnay is blijven voortleven tot vandaag.
Het schild is daarom groen van kleur (sinopel), de tint van het levende geboomte en het land waaruit de naam ontsproot, en draagt drie gouden essenbladeren, herkenbaar aan hun fijn geveerde vorm — een rechtstreekse verwijzing (cant) naar "fresne", de es zelf, letterlijk de naam die de familie draagt. Boven het schild rijst op de stalen toernooihelm, met wrong en dekkleden in dezelfde kleuren sinopel en goud, een opgroeiende jonge essenboom als helmteken: geen volgroeid, statisch woud, maar een boom in wasdom, die de familie voorstelt als iets dat generatie na generatie verder groeit vanuit dezelfde wortel. De wapenspreuk "Geworteld, groeiend, standvastig" vat dit samen: de naam is geworteld in een tastbare plek uit het verleden, groeit nog altijd voort in nieuwe streken en generaties, en blijft daarbij, als de es zelf, standvastig overeind.