FREDERIKS
„Zoon van Frederik, letterlijk 'vredesheerser'”
Mijn achternaam betekent 'zoon van Frederik' - een naam die letterlijk 'vredesheerser' betekent!
De betekenis van de achternaam FREDERIKS
Frederiks betekent 'zoon van Frederik'. De voornaam Frederik komt uit het Oudgermaans en is opgebouwd uit 'fridu' (vrede) en 'ric' (machtig, heerser), dus 'vredig heerser' of 'heerser die vrede brengt'.
Het familiewapen van FREDERIKS
„Vrede maakt machtig”
Per pale van zilver en azuur, rechts een gekroonde leeuw van keel met een olijftak van sinopel in de rechterpoot, links drie aren van goud oprijzend uit de voet, het geheel gescheiden door een golvende paal van zilver; helmteken: de gekroonde leeuw van het schild uitkomend, dekkleden keel en sinopel, gevoerd van zilver.
De naam Frederiks is een patroniem: hij betekende oorspronkelijk niets anders dan "zoon van Frederik". De voornaam Frederik gaat terug op het Oudhoogduitse "Fridurih", een samenstelling van "frid" (vrede) en "rih" (heerser, machtig) — samen dus "vredevorst" of "machtig door vrede", een naam die in de middeleeuwen als bijzonder gunstig gold voor een pasgeboren zoon. In de Lage Landen, waar het gebruik om vaders voornaam met een "-s" achter de naam van de zoon te plakken wijdverspreid was, groeide "Frederiks" uit tot een vaste achternaam. Toen de Napoleontische burgerlijke stand rond 1811-1812 iedereen verplichtte een blijvende familienaam te kiezen, legden talloze families in Nederland en Vlaanderen precies deze naam van hun vader of voorvader vast, wat verklaart waarom Frederiks tot op vandaag veelvuldig voorkomt, naast varianten als Frederix en Frederick.
Het schild is verdeeld in twee gelijke helften — per pale van zilver en azuur — die de twee kernbegrippen van de naam letterlijk naast elkaar plaatsen. Rechts, op het zilver, staat de gekroonde leeuw van keel: kracht, gezag en heerschappij, het "rih" oftewel "rijk" uit Fridurih, gekroond omdat deze macht wordt uitgeoefend, niet louter bezeten. In zijn poot draagt de leeuw een olijftak van sinopel, het onmiskenbare teken van vrede, waarmee de leeuw zijn kracht welbewust ten dienste van de vrede stelt — precies de kern van "vredevorst". Links, op het azuur, rijzen drie aren van goud op uit de voet van het schild: het beeld van rust, groei en overvloed die pas mogelijk zijn wanneer er vrede heerst, en tevens een verwijzing naar de rustige, vruchtbare landstreken van Nederland en Vlaanderen waaruit de familie stamt. Een golvende paal van zilver scheidt én verbindt beide helften, als een rustig stromende waterloop die kracht en vrede in balans houdt zonder ze te vermengen. Het helmteken herhaalt de gekroonde leeuw met olijftak boven een helm met wrong van zilver en azuur en dekkleden in keel en sinopel, zodat wie omhoogkijkt hetzelfde verhaal nogmaals leest. De zinspreuk "Vrede maakt machtig" vat tot slot de betekenis van de naam Frederik in vijf woorden samen: niet macht die vrede afdwingt, maar vrede die macht verdient.
De geschiedenis van de naam FREDERIKS
De achternaam Frederiks is een patroniem, wat betekent dat de naam oorspronkelijk verwees naar "zoon van Frederik". De voornaam Frederik is afgeleid van het Oudhoogduitse "Fridurih", samengesteld uit de elementen "frid" of "fried" (vrede) en "rih" of "rijk" (heerser, machtig). De naam betekende dus zoiets als "vredevorst" of "machtig door vrede", een betekenis die in de middeleeuwen als zeer gunstig werd beschouwd voor het geven van een naam aan een kind. In de Lage Landen, met name in Nederland en Vlaanderen, ontstond de gewoonte om achternamen te vormen door een "-s" of "-sz" (zoon) toe te voegen aan de voornaam van de vader, wat resulteerde in namen zoals Frederiks, Frederikse of Frederikszoon. Deze praktijk van patroniemvorming was wijdverspreid in de Nederlandse en Friese gebieden voordat vaste achternamen algemeen werden ingevoerd.
De naam Frederiks komt van oorsprong voornamelijk voor in Nederland, België (Vlaanderen) en delen van Noord-Duitsland, gebieden waar Germaanse naamgevingstradities sterk verankerd waren. De definitieve vastlegging van achternamen vond in de Nederlanden grotendeels plaats tijdens de Napoleontische tijd, rond 1811-1812, toen de Franse bezetter een burgerlijke stand invoerde en inwoners verplicht werden een vaste familienaam te registreren. Veel families die tot dan toe de patroniem-traditie volgden, kozen op dat moment de naam van hun vader of voorvader als blijvende achternaam, wat verklaart waarom Frederiks vandaag de dag nog steeds relatief veel voorkomt in Nederlandse en Vlaamse telefoonboeken en bevolkingsregisters. Opmerkelijk aan de naam is de spellingsvariatie die door de eeuwen heen ontstond, met varianten als Frederix, Frederick, Fredriksen (in Scandinavische context) en Frederiksen, wat de brede geografische verspreiding van de oorspronkelijke Germaanse voornaam Frederik weerspiegelt.