DODEMAN
„Een naam die letterlijk 'dode man' lijkt te betekenen”
Mijn achternaam betekent zoiets als 'dode man' — en nee, ik weet ook niet precies waarom mijn voorouders dat verdienden.
De betekenis van de achternaam DODEMAN
Dodeman is een Franse/Normandische bijnaam die vermoedelijk teruggaat op een voorouder die als 'dode man' of 'doodsbleke man' werd aangeduid — mogelijk vanwege een bleke huid, een ternauwernood overleefde ziekte of verwonding, of zelfs een rol in een middeleeuws mysteriespel. Het is geen letterlijke voorspelling van iemands lot, maar een kleurrijke bijnaam die aan het gezin bleef kleven.
Het familiewapen van DODEMAN
„Roem uit goede aarde”
Doorsneden van azuur en goud; in het bovenste vak van azuur een opgaande zon van goud, in het onderste vak van goud drie schoven van goud, gebonden van sabel, geplaatst naast elkaar.
De naam Dodeman is vermoedelijk ontstaan als patroniem: "de man van Dode" of "zoon van Dode", gevormd naar het middeleeuwse gebruik om aan een voornaam het element "-man" toe te voegen, zoals ook bij namen als Jansman of Willeman gebeurde. De voornaam Dode, ook wel Doede, was vooral in Friesland en Noord-Nederland gangbaar en gaat terug op oudere Germaanse naamvormen die verwant zijn aan woorden voor "roem" of "goed". Zo droeg de eerste Dodeman niet zomaar een naam, maar een erfenis: hij was de zoon, de volgeling, de drager van het goede aanzien van zijn vader Dode, in de kleigronden en landstreken van Friesland, Groningen en Zeeland waar zijn nakomelingen zich vestigden en het land bewerkten.
Het schild is doorsneden van azuur en goud, een heldere tweedeling die de twee lagen van de naam zelf verbeeldt: de hemel van de roem (Dode) en de aarde van de arbeid (man). In het bovenste veld van azuur rijst een opgaande zon van goud: het teken van de roem en het goede aanzien dat in de oude naam Dode besloten ligt, een licht dat de familie vooruit is gegaan sinds de middeleeuwen. In het benedenveld van goud staan drie schoven van goud, gebonden met een koord van sabel: het zijn de schoven van de landman, de "-man" die zoon en werker tegelijk was, en zij verbeelden de oogst die geduld, trouw en arbeid ieder jaar opnieuw opleveren. De wapenspreuk "Roem uit goede aarde" verbindt beide velden: de roem die de naam Dode meedraagt, is niet een loos woord maar iets dat, net als de schoven, uit goede aarde moet worden gewonnen — generatie na generatie.

De geschiedenis van de naam DODEMAN
De achternaam "Dodeman" behoort tot de categorie van Nederlandse en Vlaamse achternamen die zijn samengesteld uit een voornaam met de toevoeging "-man". Vermoedelijk is de naam ontstaan als patroniem, afgeleid van de voornaam "Dode" of "Doede", een naam die vooral in Friesland en Noord-Nederland gangbaar was in de middeleeuwen. Het element "man" werd destijds veelvuldig toegevoegd aan voornamen om aan te duiden dat iemand de zoon of volgeling was van de persoon in kwestie, vergelijkbaar met namen als "Jansman" of "Willeman". De naam zou dus oorspronkelijk kunnen zijn ontstaan als aanduiding voor "de man van Dode" of "zoon van Dode", waarbij de voornaam Dode zelf mogelijk teruggaat op oudere Germaanse naamvormen die verwant zijn aan woorden voor "roem" of "goed".
Geografisch wordt de naam vooral geassocieerd met Nederland en Vlaanderen, met concentraties die historisch te herleiden zijn tot gebieden in Friesland, Groningen en delen van Zeeland, waar dit type naamvorming met "-man" veel voorkwam. In historische archieven, zoals doop-, trouw- en begraafregisters uit de zestiende tot achttiende e