DEKKEN
„Naam van het dak: bescherming als familie-erfenis”
Mijn achternaam Dekken komt van dakdekkers — mijn voorouders hielden mensen droog!
De betekenis van de achternaam DEKKEN
Dekken is hoogstwaarschijnlijk een beroepsnaam voor iemand die daken bedekte, ofwel met stro, riet of leien — een dekker dus. De naam verwijst naar het werkwoord 'dekken' in de betekenis van beschermen tegen weer en wind.
Wilt u zien wat er in de registers staat? Het verdiepingsdossier DEKKEN bevat de akten, de tellingen en de originele registerbladen — met bij elke bewering de bron erbij. €47
Bekijk het dossier DEKKEN →Dekken: naam van dakdekkers en hun nazaten
Deze naam heeft meer dan één mogelijke herkomst. Hieronder staan ze allebei, met bij elke uitleg hoe zeker die is.
VastgesteldDe achternaam Dekken gaat terug op het Nederlandse werkwoord dekken, dat in de middeleeuwen en vroegmoderne tijd vooral de betekenis had van 'bedekken', in het bijzonder het bedekken van een dak. Wie dakdekker was, bedekte de houten spanten van een huis of schuur met stro, riet, leien of pannen, en beschermde zo het gebouw en zijn bewoners tegen weer en wind. Dit is een vaststaand taalkundig gegeven: het werkwoord en het beroep dat erop teruggaat, zijn goed gedocumenteerd in oudere Nederlandse woordenboeken en ambachtsregisters. De naam Dekken is dus in de kern verbonden met een van de oudste en meest noodzakelijke ambachten van de Lage Landen, een beroep dat in vrijwel elk dorp en elke stad aanwezig moest zijn.
Zeer waarschijnlijkDe meest waarschijnlijke verklaring voor de vorm Dekken is dat het een verbogen of verbasterde vorm is van Dekker, de gangbare beroepsnaam voor de dakdekker zelf. In veel Nederlandse en Vlaamse dialecten werd bij de vorming van familienamen een naamvals- of meervoudsuitgang toegevoegd, waardoor 'Dekker' via 'Dekkers' of 'bij de Dekken' uiteindelijk kon verkorten of vervormen tot Dekken. Dit patroon, waarbij een beroepsnaam een extra -en of -s krijgt om afkomst of gezinsverband aan te duiden, komt veelvuldig voor in de Nederlandse naamkunde. Voor deze lezing pleit vooral de sterke gelijkenis met de veel voorkomende naam Dekker en het feit dat beide namen in dezelfde regio's opduiken.
HypotheseEen tweede, eveneens aannemelijke verklaring is dat Dekken oorspronkelijk functioneerde als een soort patroniem of groepsaanduiding: 'van de Dekken' zou dan zoveel betekenen als 'behorend tot de familie van de dekker' of 'zoon van een Dekker'. In de vijftiende en zestiende eeuw, toen achternamen zich in de Lage Landen begonnen te vestigen, gebeurde dit vaak juist op basis van het beroep van de vader of het gezinshoofd, zonder dat er nog een aparte voornaam aan werd toegevoegd. De meervoudsvorm zou in dat geval niet zozeer een grammaticale toevoeging zijn, maar een verwijzing naar 'de dekkers' als familie of huishouden. Beide verklaringen sluiten elkaar niet uit en kunnen zelfs in verschillende families naast elkaar zijn ontstaan; met zekerheid is voor een individuele familie Dekken niet vast te stellen welke route precies is gevolgd.
Zeer waarschijnlijkHet beroep van dakdekker was in de agrarische samenlevingen van Zuid-Holland, Noord-Holland en Gelderland van groot belang, omdat rieten en strodaken daar eeuwenlang de norm waren op boerderijen en op veel woningen in kleinere steden. Een dakdekker werkte vaak seizoensgebonden, hoog op ladders en steigers, met bundels riet die zorgvuldig werden vastgezet en afgewerkt tot een waterdicht geheel; het was zwaar, precisiewerk dat generatie op generatie binnen families werd doorgegeven, wat mede verklaart waarom het beroep zich zo gemakkelijk tot een familienaam kon ontwikkelen. Dat de naam Dekken vooral in deze provincies wordt aangetroffen, sluit aan bij het economische belang van de dakdekkerij in precies die streken, en dit is een aannemelijke, want door de geografische spreiding onderbouwde, constatering.
VastgesteldDe spelling van beroepsnamen als deze was tot in de negentiende eeuw sterk afhankelijk van lokale schrijfgewoonten, dialect en de voorkeuren van de klerk die de naam optekende in kerkregisters of, later, in de burgerlijke stand. Dat verklaart waarom naast Dekken ook vormen als Decker, Dekker en Van Dekken voorkomen: het zijn geen aparte families met een andere oorsprong, maar variaties op hetzelfde grondwoord die door schrijfwijze, uitspraak en regionale klank uiteen zijn gegroeid. Pas met de invoering van de burgerlijke stand in 1811 werd de schrijfwijze van familienamen definitief vastgelegd, waardoor de vorm die een gezin op dat moment gebruikte, tot op vandaag is blijven bestaan. Dit is een vaststaand gegeven over de Nederlandse naamgeschiedenis in het algemeen.
HypotheseDoordat Dekken vandaag de dag aanzienlijk minder vaak voorkomt dan de veel gangbaardere vorm Dekker, ligt het voor de hand dat de naam teruggaat op een beperkter aantal families of stamvaders dan bij Dekker het geval is. Waar Dekker zich over grote delen van Nederland en Vlaanderen heeft verspreid en waarschijnlijk uit tientallen onafhankelijke ontstaansmomenten voortkomt, wijst de relatieve zeldzaamheid van Dekken erop dat deze specifieke vorm zich mogelijk maar op een handvol plaatsen heeft gevestigd, van waaruit hij zich door latere migratie, ook naar overzeese gebieden tijdens de koloniale periode, verder heeft verspreid. Dit blijft een redelijke afleiding uit de bekende verspreidingsgegevens, maar geen harde uitspraak over een specifiek aantal stamlijnen.