DE KLERK
„Van klerk of geestelijke tot geleerde schrijver”
Mijn naam betekent letterlijk 'de geleerde schrijver' – blijkbaar zaten er eeuwen geleden al boekenwurmen in de familie!
De betekenis van de achternaam DE KLERK
'De Klerk' betekent letterlijk 'de klerk' of 'de geleerde', afgeleid van het Latijnse 'clericus'. Oorspronkelijk duidde het op een geestelijke of een man die kon lezen en schrijven, later verbreed naar ambtenaar of secretaris.
Wilt u zien wat er in de registers staat? Het verdiepingsdossier DE KLERK bevat de akten, de tellingen en de originele registerbladen — met bij elke bewering de bron erbij. €47
Bekijk het dossier DE KLERK →Van geestelijke geleerde tot schrijver
Bij elke alinea staat hoe zeker wij ervan zijn.
VastgesteldDe achternaam De Klerk gaat terug op het middeleeuwse woord clerc of klerk, dat op zijn beurt is afgeleid van het Latijnse clericus. Dat woord betekende oorspronkelijk geestelijke: iemand die tot de clerus behoorde, de stand van priesters, monniken en andere kerkelijke functionarissen. Omdat geestelijken in de vroege en volle middeleeuwen vrijwel de enigen waren die konden lezen en schrijven, kreeg het woord clerc geleidelijk een tweede, ruimere betekenis: een geleerd persoon, iemand die met de pen kon omgaan. Deze taalkundige ontwikkeling van kerkelijke titel naar aanduiding van geletterdheid is goed gedocumenteerd en staat buiten kijf.
VastgesteldIn de late middeleeuwen, toen steden groeiden en handel, rechtspraak en bestuur steeds meer op schrift werden vastgelegd, ontstond grote behoefte aan mensen die documenten konden opstellen, contracten konden lezen en administraties konden bijhouden. Het woord klerk werd toen de gangbare benaming voor zo iemand: een schrijver, secretaris of lagere ambtenaar in dienst van een stadsbestuur, een gilde, een kerk of een koopmanshuis. Wie deze functie uitoefende, onderscheidde zich van de grote meerderheid van de bevolking die niet kon lezen of schrijven, en dat maakte de aanduiding klerk tot een herkenbaar en aansprekend kenmerk om iemand mee aan te duiden.
Zeer waarschijnlijkToen achternamen zich vanaf de late middeleeuwen en vroegmoderne tijd in de Lage Landen begonnen vast te zetten, gebeurde dat vaak op basis van een kenmerk dat iemand onderscheidde van anderen met dezelfde voornaam: zijn beroep, zijn afkomst, zijn uiterlijk of zijn woonplaats. Een man die als klerk werkzaam was, of wiens vader of grootvader dat was geweest, kon zo bekendstaan als de klerk, waarbij het lidwoord de functioneert als bepaling, vergelijkbaar met de Bakker of de Smid. Deze verklaring van de naam als beroepsnaam is de meest waarschijnlijke en wordt breed gedragen door de naamkunde, al is voor een individuele familie zelden met zekerheid vast te stellen welke voorvader precies als klerk werkzaam was.
HypotheseDenkbaar is ook, en dit is een tweede, minder frequente maar niet onmogelijke verklaringslijn, dat de naam in sommige gevallen teruggaat op een verre voorouder die daadwerkelijk in kerkelijke dienst stond, bijvoorbeeld als koorknaap, lager gewijde clericus of kloosterling voordat hij een gezin stichtte, of dat de bijnaam clerc werd toegekend aan iemand die zich vroom of geleerd gedroeg zonder een officiële kerkelijke functie te bekleden. Omdat in de middeleeuwse bronnen de kerkelijke en de administratieve betekenis van het woord lange tijd door elkaar liepen, valt voor afzonderlijke families niet met zekerheid te zeggen welke van deze twee nuances aan de basis van hun naam heeft gelegen. Beide lezingen zijn taalkundig even goed te verdedigen.
Zeer waarschijnlijkDe naam en zijn varianten kregen elk hun eigen regionale verspreiding, wat samenhangt met taalgrenzen en spellingsconventies binnen de Lage Landen. In het Nederlandse taalgebied, met name in Zuid-Holland, Noord-Holland en Zeeland, bleef de vorm De Klerk gangbaar, terwijl in Vlaanderen en vooral West-Vlaanderen de Franstalig getinte of verkorte vormen De Clercq, De Clerck en Declerck domineerden. Dat onderscheid weerspiegelt niet alleen taalkundige voorkeuren, maar ook de sterke aanwezigheid van klerken en secretarissen in de bloeiende Vlaamse steden en hun stadsbesturen, kerken en lakenhandel in de late middeleeuwen en vroegmoderne tijd, een periode waarin geletterde administratieve krachten onmisbaar waren voor de groeiende handelseconomie.
VastgesteldDe spelling van de naam is in de loop der eeuwen aanzienlijk uiteengelopen doordat er lange tijd geen vaste, officiële schrijfwijze bestond en klerken, notarissen en pastoors namen naar eigen inzicht en gehoor optekenden in doop-, trouw- en begraafboeken. Zo ontstonden naast De Klerk vormen als De Clerck, De Clercq, Declerck, Le Clercq en zelfs verlatiniseerde varianten. Pas met de invoering van de burgerlijke stand in 1811 onder het Franse bewind werden namen definitief vastgelegd zoals ze op dat moment werden geschreven, wat verklaart waarom takken van wat oorspronkelijk misschien dezelfde familie was, tegenwoordig onder verschillend gespelde achternamen door het leven gaan.
Zeer waarschijnlijkGezien de hoge frequentie van De Klerk en zijn varianten in zowel Nederland als België, en gezien het feit dat het onderliggende beroep van klerk of schrijver in tal van steden, dorpen en instellingen onafhankelijk van elkaar voorkwam, mag worden aangenomen dat de huidige dragers van de naam niet van één enkele stamvader afstammen, maar van een groot aantal onafhankelijke families die ieder op hun eigen plek en moment deze beroepsnaam aannamen. Dit verklaart ook waarom de naam zich, via emigratie vanuit Nederland en Vlaanderen, verspreidde naar Zuid-Afrika, de Verenigde Staten en Canada, waar hij als afzonderlijke familielijnen voortleeft.