COMMELIN
„Commelin: een oude Vlaamse naam met botanische nasleep”
Mijn achternaam komt van een middeleeuwse voornaam - en gaf zelfs naam aan een bloem!
De betekenis van de achternaam COMMELIN
Commelin is waarschijnlijk een verkleinde vorm van een Germaanse voornaam die begint met 'Kom-' of 'Come-', vergelijkbaar met namen als Comes of Cuwin. Het is een patroniem, wat betekent dat de naam oorspronkelijk verwees naar 'zoon van' iemand met die voornaam.
Wilt u zien wat er in de registers staat? Het verdiepingsdossier COMMELIN bevat de akten, de tellingen en de originele registerbladen — met bij elke bewering de bron erbij. €47
Bekijk het dossier COMMELIN →Zuidelijke wortels, Amsterdamse bloei
Deze naam heeft meer dan één mogelijke herkomst. Hieronder staan ze allebei, met bij elke uitleg hoe zeker die is.
VastgesteldDe naam Commelin behoort tot een categorie achternamen die niet uit de Nederlanden zelf voortkomt, maar uit het Romaanstalige zuiden: Vlaanderen en Wallonië. Vanaf de zestiende eeuw treffen we families met deze naam aan die zich noordwaarts verplaatsen, en dat patroon van migratie is op zichzelf goed gedocumenteerd voor talloze families uit die streek. De naam zelf klinkt door zijn uitgang op -lin al meteen Frans of Waals aan, en dat spoor is de meest gevolgde verklaring in de naamkunde, al blijft de precieze afleiding onderwerp van discussie onder onderzoekers.
Zeer waarschijnlijkDe meest gangbare hypothese ziet in Commelin een verkleinvorm van een voornaam. In het Oudfrans en Waals was het gebruikelijk om koosnamen te vormen met het verkleinwoordsuffix -in of -elin, zoals in namen als Robelin, Jacquelin of Colin. Commelin zou dan teruggaan op een voornaam die begon met de klank Com- of Comme-, mogelijk een verbastering van een naam als Come (afgeleid van het Griekse Kosmas, de heilige Cosmas) of van een Germaanse voornaam met het bestanddeel 'Kom-' of 'Gom-'. Deze verklaring past goed in het bredere patroon van Romaanse patroniemen die in de Zuidelijke Nederlanden tot achternaam werden, en wordt door meerdere naamkundigen als waarschijnlijk beschouwd.
HypotheseEen tweede, minder stevig onderbouwde verklaring legt een verband met het Franse of Latijnse woord voor handel of handelaar, zoals in commercium of het Franse commerce. Volgens deze lezing zou de naam oorspronkelijk een beroepsaanduiding zijn geweest voor iemand die actief was in de koophandel, wellicht via een tussenvorm die in de volksmond tot Commelin versleten is. Deze verklaring spreekt aan omdat latere generaties Commelins inderdaad kooplieden waren, maar taalkundig is de sprong van commercium naar Commelin niet vanzelfsprekend, en er ontbreekt hard bewijs dat de naam ooit als beroepsnaam is gebruikt. Deze verklaring moet dan ook als een hypothese worden beschouwd, niet als een vaststaand feit.
HypotheseEen derde mogelijkheid, die door sommige onderzoekers wordt geopperd, is een herkomst uit een plaatsnaam in de Zuidelijke Nederlanden. Veel Vlaamse en Waalse achternamen zijn ontstaan doordat iemand die naar elders verhuisde, werd aangeduid naar zijn herkomstdorp of -gehucht, vaak met een verkleinend of verbasterd suffix. Een klein toponiem met een op Com- of Comm- gelijkende naam zou zo als familienaam kunnen zijn overgenomen. Deze verklaring is echter minder goed gedocumenteerd dan de eerste twee en berust vooral op de algemene regelmaat dat dit soort namen vaak plaatsgebonden is, niet op een specifiek aangewezen dorp of stad.
Zeer waarschijnlijkWat de precieze oorsprong ook is, de naam werd hereditair op het moment dat achternamen in de Zuidelijke Nederlanden vaste, van vader op zoon overgeërfde kenmerken werden, een proces dat zich daar al vanaf de late middeleeuwen voltrok, eerder dan in de noordelijke gewesten. De families die de naam droegen, behoorden vermoedelijk tot de stedelijke burgerij van steden als Doornik, Rijsel of Gent, waar handel, ambacht en een groeiende geletterdheid de vorming van vaste familienamen bevorderden. Toen het protestantisme in deze streken wortel schoot, werden juist deze stedelijke, vaak welvarende families het doelwit van vervolging tijdens de godsdiensttwisten die aan de Tachtigjarige Oorlog voorafgingen en deze begeleidden.
Zeer waarschijnlijkDe vlucht van zuidelijke protestanten naar de Republiek is een van de best gedocumenteerde migratiebewegingen uit de vroegmoderne Nederlandse geschiedenis, en de familie Commelin lijkt daarin een representatief voorbeeld te zijn. Amsterdam groeide in deze periode uit tot een toevluchtsoord voor Zuid-Nederlandse kooplieden, drukkers, geleerden en kunstenaars, die er hun kennis, kapitaal en netwerken meebrachten en zo bijdroegen aan de economische en culturele bloei van de Gouden Eeuw. Dat de naam Commelin zich vanaf de zestiende eeuw in Holland vestigde en daar wortel schoot, past naadloos in dit patroon en verklaart waarom latere dragers van de naam vrijwel uitsluitend in het noorden worden aangetroffen.
VastgesteldIn Amsterdam verwierf de familie in de zeventiende eeuw grote aanzien, niet in de laatste plaats dankzij Jan Commelin, koopman en amateur-botanicus, die een leidende rol speelde bij de inrichting van de Amsterdamse hortus botanicus en die talloze exotische planten liet beschrijven die via de Verenigde Oost-Indische Compagnie naar de Republiek werden gebracht. Zijn neef Caspar Commelin zette dit werk voort en publiceerde eigen botanische standaardwerken. Deze wetenschappelijke reputatie was zo groot dat Carl Linnaeus, de grondlegger van de moderne plantentaxonomie, in de achttiende eeuw een heel plantengeslacht, Commelina, naar de familie vernoemde, waarmee de naam blijvend verankerd raakte in de internationale wetenschappelijke nomenclatuur, los van de vraag hoe de naam ooit precies is ontstaan.
HypotheseVandaag de dag komt de naam Commelin relatief zeldzaam voor, wat past bij een achternaam die via een beperkt aantal migrerende families uit het zuiden naar het noorden is gekomen en zich daar vervolgens vooral binnen een select, geleerd en koopmansmilieu heeft voortgeplant. Deze zeldzaamheid maakt het aannemelijk dat een groot deel van de huidige dragers van de naam in meer of mindere mate afstamt van dezelfde stam van Zuid-Nederlandse vluchtelingenfamilies die zich in de zestiende en zeventiende eeuw in Amsterdam en omgeving vestigden, al is dit zonder uitgebreid genealogisch bronnenonderzoek per individuele familie niet met zekerheid vast te stellen.