BIJMAN
„De naam van de bijenhouder”
Mijn achternaam betekent letterlijk 'imker' — mijn voorouders hielden dus bijen!
De betekenis van de achternaam BIJMAN
Bijman is een beroepsnaam voor iemand die bijen hield en honing (en was) produceerde: een imker. Het eerste deel 'bij' verwijst direct naar het insect, en 'man' duidt de beroepsuitoefenaar aan, zoals in veel oude Nederlandse beroepsnamen.
Het familiewapen van BIJMAN
„Vlijtig als de bij”
In goud een gevierendeelde dwarsbalk van sabel en goud (in ruitverband) tussen drie vliegende bijen van sabel, twee boven en één beneden.
De naam Bijman voert terug op het aloude Nederlandse beroep van de imker: iemand die bijen hield voor honing en was, twee producten die in de vroegmoderne tijd van aanzienlijke economische waarde waren. Het element 'bij' verwijst rechtstreeks naar dit ambacht, terwijl het achtervoegsel '-man', zoals in Bakker of Visser, de drager aanduidde als de man van dat beroep. In de provincies Zuid-Holland, Utrecht en Gelderland, waar bijenteelt eeuwenlang een vast onderdeel was van het agrarische bestaan, ontstond de naam vermoedelijk onafhankelijk op meerdere plaatsen, wat de bekende variaties Bijeman en Bijmans verklaart. De vroegste archiefvermeldingen dateren uit de zeventiende en achttiende eeuw, kort voordat de invoering van de burgerlijke stand in 1811 de naam definitief vastlegde voor de generaties die volgden, tot in de emigratiegolven naar Amerika, Canada en Zuid-Afrika.
Het goud van het veld (or) verbeeldt de honing zelf, de vrucht van geduldige arbeid en de bron van de historische welstand die het beroep van imker kon brengen. De drie vliegende bijen van sabel (zwart) verwijzen letterlijk naar de naam Bijman en naar de drukte van de bijenkorf, terwijl hun vlucht — twee boven, één beneden — de voortdurende beweging tussen bloem en korf verbeeldt, het dagelijkse werk waarop het gezin steunde. De dwarsbalk in ruitverband van zwart en goud tussen de bijen roept de hellende daklijnen van een korf op en bindt de compositie samen als het huis waarin de honing werd bewaard. Boven het schild draagt de stalen toernooihelm, passend bij de burgerlijke afkomst van de naam zonder aanspraak op adeldom, een gevlochten bijenkorf als helmteken, geflankeerd door heidebloemen — de plant waarop de bijen van oudsher teerden — en de wapenspreuk 'Vlijtig als de bij' vat de kern van het geslacht samen: onvermoeibare toewijding aan het werk dat de naam zijn oorsprong gaf.

De geschiedenis van de naam BIJMAN
De achternaam Bijman is een typisch Nederlandse familienaam die vermoedelijk is ontstaan als beroepsnaam of aanduiding van herkomst. Het element "bij" verwijst waarschijnlijk naar het houden van bijen, zodat de naam oorspronkelijk duidde op een imker of bijenhouder, een beroep dat in vroegere eeuwen van aanzienlijk economisch belang was vanwege de productie van honing en was. Het achtervoegsel "-man" is een veelvoorkomend element in Nederlandse achternamen en werd gebruikt om een persoon aan te duiden die met een bepaald beroep, kenmerk of plaats werd geassocieerd, vergelijkbaar met namen als Bakker, Visser of Molenaar. De naam kan zich in verschillende regio's van Nederland onafhankelijk hebben ontwikkeld, wat verklaart waarom er lokale variaties in spelling en uitspraak bestaan, zoals Bijeman of Bijmans.
Geografisch gezien komt de naam Bijman van oudsher voornamelijk voor in de provincies Zuid-Holland, Utrecht en Gelderland, gebieden waar bijenteelt en landbouw eeuwenlang belangrijke bestaansmiddelen vormden. De vroegste vermeldingen van de naam in Nederlandse archieven dateren uit de zeventiende en achttiende eeuw, een periode waarin achternamen steeds vaker officieel werden vastgelegd, mede door de invoering van de burgerlijke stand onder Napoleontisch bestuur in 1811. Families met de naam Bijman zijn in de loop der eeuwen uitgewaaierd over heel Nederland en, door emigratie in de negentiende en twintigste eeuw, ook naar landen als de Verenigde Staten, Canada en Zuid-Afrika. Hoewel de naam niet tot de meest voorkomende Nederlandse achternamen behoort, blijft zij een interessant voorbeeld van hoe beroeps- en plaatsgebonden benamingen in de Nederlandse naamgeving zijn verankerd en tot op de dag van vandaag voortleven binnen families die trots zijn op hun agrarische en ambachtelijke wortels.