ARENDSEN
„Zoon van Arend, letterlijk zoon van de arend”
Mijn achternaam betekent 'zoon van Arend' - een eeuwenoud patroniem, geen vogelverhaal!
De betekenis van de achternaam ARENDSEN
Arendsen is een patroniem en betekent 'zoon van Arend'. Arend was een populaire voornaam die is afgeleid van de Germaanse naam Arnold, opgebouwd uit 'arn' (arend) en 'wald' (heerser), en verwijst dus naar iemands vader, niet naar de vogel zelf.
Wilt u zien wat er in de registers staat? Het verdiepingsdossier ARENDSEN bevat de akten, de tellingen en de originele registerbladen — met bij elke bewering de bron erbij. €47
Bekijk het dossier ARENDSEN →De geschiedenis van de naam ARENDSEN
De achternaam Arendsen is een patroniem, wat betekent dat de naam oorspronkelijk verwees naar "zoon van Arend". De voornaam Arend is een oude Germaanse naam die is afgeleid van het woord voor "arend", de roofvogel die in de Germaanse cultuur symbool stond voor kracht, moed en adeldom. In de Middeleeuwen was het gebruikelijk om kinderen te vernoemen naar hun vader, waarbij de uitgang "-sen" of "-zoon" werd toegevoegd om de afstamming aan te duiden. Zo ontstond uit Arend de achternaam Arendsen, wat letterlijk "zoon van Arend" betekent. Deze naamgevingstraditie was wijdverspreid in de Nederlandse en Noord-Duitse gebieden, vooral in de kustprovincies en het noorden van Nederland.
Geografisch gezien komt de naam Arendsen van oudsher veel voor in de provincies Groningen, Drenthe en Overijssel, gebieden waar patroniemen als achternaam lange tijd gebruikelijk bleven, zelfs nadat elders in Nederland al vaste familienamen werden gehanteerd. Pas na de invoering van de Burgerlijke Stand onder Napoleon in 1811, toen alle inwoners verplicht werden een vaste achternaam te registreren, werd Arendsen definitief vastgelegd als familienaam voor veel gezinnen. Hierdoor zijn er in Nederland meerdere, onafhankelijk van elkaar ontstane families met de naam Arendsen, die niet noodzakelijk verwant zijn aan elkaar. De naam is tegenwoordig vooral terug te vinden in het noorden en oosten van Nederland, en door emigratie ook in landen als de Verenigde Staten en Zuid-Afrika, waar Nederlandse kolonisten in de negentiende en twintigste eeuw hun familienamen meenamen.